Ziekenhuis Amphia in Breda werd tijdens de eerste golf hard getroffen door het coronavirus. Verslaggever Willem Feenstra keert, ruim een jaar en twee besmettingsgolven verder, terug naar het ziekenhuis vanwaaruit hij dagelijks berichtte. Wat heeft het virus het Amphia gekost? En wat heeft het gebracht?

Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Wie nu over de intensive care van het ziekenhuis loopt, ziet meteen de verschillen met vorig jaar. Geen geïmproviseerde houten muurtjes, geen rood-witte plastic linten als wegversperring, geen desinfectiesluis tussen het gedeelte van de covidpatiënten en de rest. Artsen en verpleegkundigen dragen hun normale, witte kleding en zijn herkenbaar voor patiënten en elkaar.

Tijdens de eerste golf keek de Volkskrant twee maanden mee in ziekenhuis Amphia in Breda. Het waren de weken waarin Nederland kennismaakte met het virus. In Brabant raakten hele families besmet, echtelieden overleden in dit gebouw soms kort na elkaar.

Artsen die eerder in het buitenland hadden geholpen na aardbevingen en orkanen, voelden nu iets soortgelijks: hun eigen ziekenhuis was een rampgebied. Helikopters vlogen af en aan om patiënten elders onder te brengen.

Nu, ruim een jaar later, is COVID-19 langzaam maar zeker een vast onderdeel van het ziekenhuis aan het worden. De derde golf lijkt afgewend. Het is zaak zo snel mogelijk achterstallige operaties uit te voeren en verdere gezondheidsschade te voorkomen. Nog steeds zijn de gevolgen van de crisis niet helemaal te overzien.

Hoe gaat het nu met de mensen in het ziekenhuis? Hoe hebben zij het afgelopen jaar beleefd en wat hebben ze ervan geleerd? Wat heeft het virus hen gekost? En wat heeft het gebracht?

Directeur HR Job Meijs

Directeur HR Job Meijs
Directeur HR Job Meijs
Foto: Jiri Büller

De directeur HR: met COVID-19 kwam de trots terug

Er zijn twee dingen die Job Meijs opvielen toen hij in januari 2020 aantrad als directeur HR van het ziekenhuis: het gebrek aan trots en het gemopper. Het klonk door de gangen als een eindeloze echo.

Vaak zijn organisaties met dergelijke sentimenten tot weinig in staat, zegt hij. Maar hier bleek het anders. Tijdens de eerste golf werd Brabant het hardst getroffen. Amphia moest alles zelf uitvinden terwijl de patiënten zich bij bosjes meldden bij de spoedeisende hulp. Alle ingrediënten voor een ramp, maar het ziekenhuis bleef fier overeind.

'Lullen én poetsen', noemt hij het.

De coronacrisis haalde het beste in medewerkers naar boven. Mensen gingen 'als een speer'. Het improvisatievermogen was 'gigantisch'. Volgens Meijs was het 'een ongekende teamprestatie'.

De grote vragen voor hem: hoe voorkomt hij dat het ziekenhuis terugvalt naar het pre-coronasentiment? Hoe houdt het ziekenhuis de trots van deze periode vast?

Corona was een ramp en een zegen ineen. Het werd de gezamenlijke vijand die veel bestaande problemen en discussies irrelevant maakte. Geen onderlinge twisten, niet bevechten hoeveel bedden je als specialist wilt hebben, maar gewoon doen wat er nodig is. Adrenaline die vrijkomt, journalisten over de vloer, een boegbeeld als Jan Kluytmans (de microbioloog van Amphia die in het landelijke Outbreak Management Team zit): het maakte medewerkers weer trots.

De veronderstelling van het ziekenhuis was dat medewerkers van de covidafdelingen al snel meer last van burn-outs zouden hebben. Maar dat was volgens Meijs niet het geval. "COVID-19 had ook allerlei positieve effecten", zegt hij. "Naast de trots was er meer werktevredenheid en zochten mensen minder naar ander werk."

Het was tijdelijk, vreest hij. Na golf drie, vier of vijf zal het omslaan. Uit intern onderzoek blijkt dat 22,6 procent van de medewerkers vatbaar is voor een burn-out, meer dan in veel andere ziekenhuizen. In Amphia heeft 16 procent van de medewerkers 'vertrekintenties'. En dat terwijl het ziekenhuis juist op zoek is naar zeker veertig extra verpleegkundigen, om toekomstige coronagolven het hoofd te bieden.

Dat is nog gerekend buiten de andere mentale gevolgen die ruim een jaar covidzorg met zich meebrengt. Ziekenhuismedewerkers zijn slechte patiënten, is hem al opgevallen. Praten over hun gevoelens doen ze niet snel. Ze willen niet kwetsbaar zijn. "Het is een manier om je staande te houden", zegt hij. "Als je het te hard laat binnenkomen, kun je ook omvallen."

Hij ziet hoe mensen houvast zoeken. Ze vragen om 'kaders', voor hem een teken 'dat ze de boel niet helemaal vertrouwen'. Krijg ik overuren uitbetaald? Wat kan ik verwachten als ik straks weer extra moet werken? Kan ik altijd worden opgeroepen? "Ergens hebben medewerkers de angst: ik ga gepiepeld worden."

Hij heeft er speciale bijeenkomsten voor georganiseerd, onder de noemer 'werk met zin!'. De thema's waren de vragen die in zijn hoofd speelden: hoe kunnen we ook na corona de trots vasthouden? En wat is er nodig voor meer werkplezier?

Voor een deel, zegt hij, waren het inkoppertjes: er moet een structureel gevoel van waardering komen. En ondersteunend leiderschap, waarbij leidinggevenden de tijd nemen om met werknemers in gesprek te gaan. Maar ook: meer autonomie. Zelf roosteren en meepraten over problemen. Samengevat: meer controle over het werk.

Juist dat kan het ziekenhuis niet altijd bieden, zegt Meijs, omdat de nabije toekomst door het grillige verloop van de pandemie steeds zo onvoorspelbaar blijkt. Daarom, zegt hij, is het zaak om 'elkaar vast te houden'. "Als je de zekerheid hebt dat je elkaar kunt vertrouwen, dat je gewoon krijgt uitbetaald, dat we er voor je zullen zijn, dan zullen we het ook bij golf vier en vijf met elkaar redden."

Oncoloog Hans Westgeest.

Oncoloog Hans Westgeest.
Oncoloog Hans Westgeest.
Foto: Jiri Büller

De oncoloog: alternatieve waarheden

Oncoloog Hans Westgeest vond het moeilijk te begrijpen als hij een kankerpatiënt voor zich had die zei de voorkeur te geven aan het alternatieve circuit. Dan ging hij de discussie aan en verwees hij naar de laatste wetenschappelijke inzichten. Allemaal ter onderbouwing van zijn punt: de kans op beterschap, of een langer leven, zou vele malen groter zijn in het ziekenhuis.

Soms hielp het, vaak ook niet. Het frustreerde hem. Waarom lazen patiënten de onderzoeken niet? Waarom lukte het hem, als vlotte, welbespraakte arts, niet de mensen te overtuigen?

Wat dat betreft was corona leerzaam. Er bestaan al heel lang werelden waarin alternatieve waarheden gelden, waarin argumenten op het eerste oog best plausibel lijken terwijl ze dat eigenlijk niet zijn. Maar nooit werden ze zo zichtbaar als het afgelopen jaar. Actiegroep Viruswaarheid reikte tot in de rechtbank. Sommige politici spuwden hun 'alternatieve' waarheden tot in de Tweede Kamer.

De complottheorie werd mainstream.

Het gaf Westgeest een belangrijk inzicht. Patiënten die in zo'n wereld vertoeven, die om zich heen niks anders horen dan een lofzang op alternatieve geneeswijzen, die kan hij niet kwalijk nemen dat ze erin geloven. En zichzelf kan hij niet kwalijk nemen dat het niet altijd lukt ze te overtuigen van het tegendeel.

"Ik heb het afgelopen jaar een beetje kunnen zien hoe dat werkt", zegt hij. "Hoe alternatieve opvattingen breed geaccepteerd kunnen zijn. Bijna zoals dat ook gaat bij religies."

Tot zijn eigen verbazing merkt hij dat dezelfde gesprekken als voor corona hem nu lichter vallen. Nog steeds is het zijn taak de wetenschappelijke inzichten voor het voetlicht te brengen. "Maar ik vind het nu makkelijker te accepteren als iemand voor iets anders kiest. Ik schiet niet meer zo snel in de contramine. Je zou kunnen zeggen dat corona me dat heeft gebracht."

Longarts Remco Djamin.

Longarts Remco Djamin.
Longarts Remco Djamin.
Foto: Jiri Büller

De longarts: niet repareren maar voorkomen

Het precieze moment herinnert longarts Remco Djamin zich niet, maar ergens tijdens de eerste golf - kan zijn dat hij net naar de zoveelste foto van wazige longen keek, of dat hij zijn ronde over de afdeling liep - dacht hij: goh, het is wel een bepaald soort mens dat we hier in het ziekenhuis opnemen.

'De rode draad', noemt hij de patiënten met welvaartsziekten. Diabetes, overgewicht, hoge bloeddruk: de intensive care en verpleegafdeling van het ziekenhuis lagen er toen al vol mee, en nu nog steeds. "Ziekten waarvan je zegt: daar had je misschien zelf wat aan kunnen doen. Waarschijnlijk had je hier dan niet gelegen."

Djamin is dit voorjaar gestopt als voorzitter van het Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB) van Amphia, de coöperatie van 280 medisch specialisten. Het maakt ruimte vrij voor iets nieuws.

Corona gaf hem het laatste zetje om een plan uit te voeren dat hij al langer in zijn hoofd had: een kliniek gericht op gezond leven. Minder repareren, meer voorkomen. "Als dokter heb je de neiging om mensen te behandelen", zegt hij. "Terwijl ik denk dat mensen er uiteindelijk meer bij gebaat zijn als ze zelf verantwoordelijkheid voor hun gezondheid nemen."

Wat hij meteen wil wegnemen: het idee dat mensen 'door eigen toedoen' in een ongezond lichaam zijn terechtgekomen. Strikt gezien is dat vaak zo, "maar dan klinkt het erg alsof ze er schuld aan hebben, en zo kijk ik er niet naar".

Want, zegt hij, zoveel wordt al bepaald door de plek waar je wieg staat. "Ik begrijp goed dat ik zelf bevoorrecht ben. Ik kan sporten bij een sportvereniging, ik heb geld om gezond te eten. Voor andere mensen is dat minder makkelijk."

Binnen de muren van het ziekenhuis zijn de mogelijkheden tot preventie beperkt. Met het opzetten van een 'rookstoppoli' hebben ze het wel geprobeerd. Maar al snel wilden de verzekeraars het niet meer betalen. En dus moesten ze weer naar externen verwijzen en verloren ze het zicht op hun patiënten.

Nu komt er dus een eigen kliniek, in Breda. Een plek waar mensen kunnen leren om gezond te leven. Met een fysiotherapeut, een diëtist, leefstijlcoaches. Ze moeten mensen gaan behandelen die door huisartsen worden doorverwezen. Mensen die 'nog geen ziekenhuispatiënt zijn, maar wel een bepaald profiel hebben'. Ze zullen zich focussen op beweging, voeding, slaappatroon, stress, roken.

"Om het gedrag van mensen te kunnen veranderen, moet je ze eerst begrijpen", zegt hij. "Je moet met ze in gesprek gaan: waarom bewegen ze niet? Waarom eten ze vooral chips en patat? Alleen een vingertje heeft geen zin."

Zelf blijft hij gewoon longarts in het ziekenhuis, de kliniek stuurt hij op afstand aan. "De crisis heeft bij mij voor bevestiging gezorgd", zegt Djamin. "Zie je wel, dit is het, dit moet ik gaan opzetten. We weten allemaal dat gezond leven helpt, maar hele groepen mensen moeten het nog gaan doen. Als dat gebeurt, zouden vijf van de tien longartsen hier een andere baan kunnen zoeken."

Als het 'langs de weg der geleidelijkheid' gebeurt, en de banen niet van de een op de andere dag verloren gaan, zouden weinig specialisten er volgens Djamin een probleem mee hebben. Neem roken, waarvan ze iedere dag de ellende zien. "Als je cynisch bent kun je zeggen: daar gaan jullie van op vakantie. En dat is natuurlijk deels ook zo. Maar toch kan ik je verzekeren dat we het liever anders zouden zien."

Psychiater Idriss Bakker

Psychiater Idriss Bakker
Psychiater Idriss Bakker
Foto: Jiri Büller

De afdeling psychiatrie: code zwart

Het afschalen van de reguliere zorg kan abstract klinken, de gevolgen zijn dat niet. Nergens was dat zo duidelijk als op de afdeling psychiatrie. Het is een plek waar mensen die het leven niet meer aankunnen worden opgevangen, waar ze handvatten krijgen voor hun herstel. Maar juist op het moment dat de wereld collectief in grote onzekerheid en angst verkeerde door de uitbraak van een pandemie, was er voor hen geen plek meer hier.

Ruim twintig patiënten met angststoornissen, depressies, psychoses, schizofrenie en suïcideneigingen, gecombineerd met lichamelijke klachten, moesten vertrekken.

Voor psychiater Idriss Bakker en psychiatrisch verpleegkundigen Jacqueline, Elaine en Joyce (geen achternaam vanwege de aard van hun werk) voelde het als code zwart, het scenario waarin artsen moeten kiezen welke mensen ze helpen en welke niet.

Een aantal verpleegkundigen ging noodgedwongen aan de slag op de corona-afdeling van het ziekenhuis. Het overgebleven personeel probeerde zo goed en zo kwaad als het ging de psychiatrisch patiënten thuis te begeleiden. Psychiaters belden soms drie keer per week, om ze door die eerste coronamaanden te helpen.

Hun gedachten gaan terug naar die ene persoon die in het ziekenhuis werkte aan herstel. Toen hun afdeling dichtging, wilde de patiënt niet naar een andere kliniek waar wel plaats was. En dus ging de persoon in kwestie naar huis. Een aantal weken later pleegde de patiënt zelfmoord.

Of deze persoon het wel gered had als de behandeling in het ziekenhuis was voortgezet, is niet te zeggen. "Maar deze patiënt was misschien gewoon nog niet klaar om te gaan", zegt Joyce. "Het ging allemaal erg snel."

En dan zeggen sommigen binnen het ziekenhuis nog steeds dat alleen de planbare zorg is afgeschaald en dat de gevolgen beperkt zijn gebleven.

Verpleegkundige Elaine was een van de weinigen die nog bij patiënten thuis kwam, in het kader van Psychiatrische Intensieve Thuiszorg (PIT). "Je kunt vrij weinig doen", zegt ze nu. "Soms is het maar net voldoende om iemand even te laten ventileren."

In die maanden van de sluiting zag Elaine bij haar huisbezoeken hoe mensen zichzelf afsloten van de buitenwereld, hoe ze vereenzaamden. Hoe het aantal depressies toenam. Terwijl haar collega's zich over de kop werkten op de corona-afdelingen, probeerde zij de schade te beperken.

Uiteindelijk kregen ze in de zomer alsnog een plekje in het ziekenhuis, vlakbij de achteruitgang, achter de afdeling geriatrie. Er is ruimte voor twaalf bedden, verdeeld over twee- en driepersoonskamers. Eind dit jaar is hun nieuwe afdeling klaar en wordt de capaciteit weer uitgebreid.

De eerste mensen die ze in de zomer opnamen, zaten volgens Jacqueline 'net voor de finishlijn'. "Die hadden het thuis niet langer volgehouden. Ze waren zó depressief, ze konden gewoon niet meer. En hun families ook niet."

Hun tijdelijke afdeling noemen ze onderling 'de camping', omdat het er behelpen is. De onrustigste patiënten moeten nog steeds naar elders, omdat ze geen eenpersoonskamers hebben. "We kunnen geen volwaardige zorg leveren", zegt Joyce. "Dat steekt me heel erg. Als team hebben we het er lang over gehad. We kunnen er heel erg mee gaan zitten, maar we willen niet in het negatieve blijven hangen."

Het is een eeuwige strijd met de ziekenhuisdirectie en dat zal ook wel zo blijven. Het geld wordt simpelweg niet op hun afdeling verdiend. Mede naar aanleiding van afgelopen jaar worden nu wel 'constructieve' gesprekken gevoerd met de directie.

Psychiatrisch verpleegkundige Elaine.

Psychiatrisch verpleegkundige Elaine.
Psychiatrisch verpleegkundige Elaine.
Foto: Jiri Büller

De ziekenhuisdirecteur: de betekenis van de zorg

Het applaus op straat, de spandoeken, de loftuitingen van politici: de eerste golf leverde bij ziekenhuisdirecteur Olof Suttorp (60) koude rillingen op. Niet vanwege het plotselinge enthousiasme - nou vooruit, een beetje misschien - maar eerder het tegenovergestelde: dat er kennelijk een pandemie voor nodig was om de zorgprofessionals weer te waarderen.

Suttorp is een ziekenhuisdirecteur van de 'klassieke stempel', met in zijn kantoor een door hemzelf van de sloop geredde grote houten klok uit 1770. Al 32 jaar zit hij in het management van de zorg. In het tweede deel van zijn carrière heeft hij de waardering voor zijn beroepsgroep jaar na jaar zien afnemen. In de politiek. De media. De hele samenleving, welbeschouwd.

Als een ziekenhuisdirecteur over waardering praat, zit hij per definitie in het verdachtenbankje. Elke beroepsgroep heeft wel een reden om zich ondergewaardeerd te voelen, iedereen wil meer geld. Het punt is, zegt hij, dat wantrouwen leidend is geworden en geld veel te belangrijk. "De charitas (naastenliefde) in de zorg is langzaam verdwenen."

Het heeft volgens hem geresulteerd in een wereld waarin alle handelingen van artsen zijn gerubriceerd en via het DBC-systeem (Diagnose Behandelcombinatie, ook wel: het geleverde product) aan de zorgverzekeraar worden doorgestuurd, die vervolgens de centen overmaakt.

Zoiets ontstaat niet voor niets. Ieder jaar gaan de zorgkosten in Nederland omhoog. In 2019, het laatste jaar waarover de cijfers bekend zijn, kwam de rekening uit op 106 miljard, per persoon 6.120 euro. Door vergrijzing zullen de bedragen alleen maar sneller toenemen. Ergens moet een grens worden getrokken. De maatschappelijke discussie over welke zorgkosten acceptabel zijn moet worden gevoerd, vindt Suttorp ook.

Maar het systeem zo vormgeven dat ziekenhuizen berekenende winstmachines worden, dat is volgens hem gevaarlijk. Dan is er geen ruimte meer voor het onverwachte. Voor een crisis. Wat je dan krijgt? Te weinig beademingsapparaten. Te weinig beschermingsmateriaal voor personeel. Een samenleving die meermaals op slot moet om de ziekenhuizen te behoeden voor patiënten. Wat kost dat wel niet?

Hij ziet het nu al gebeuren: dat de intensive care op meer dan volle kracht moet blijven draaien, om een vierde golf in het najaar te kunnen opvangen, wordt al als vanzelfsprekendheid gezien. Politici van partijen die voorheen op de zorg wilden bezuinigen, eisen nu meer bedden op de ic. Maar waar moet hij het personeel vandaan halen? En hoe voorkomt hij dat de huidige medewerkers omvallen?

Het goede van corona, zegt hij, is dat mensen zien dat zorg niet vanzelfsprekend is. Als je alles versobert, kun je er niet zomaar van uitgaan dat er een schepje bovenop kan, als dat opeens nodig blijkt.

Een tijd geleden, voor corona, had hij een gesprek met een verzekeraar. Het ging over het Amsterdamse ziekenhuis Slotervaart, dat failliet was gegaan. Eigenlijk wel fijn, zeiden de mensen van de verzekeraar. Het scheelde hen geld omdat niet alle patiënten uitweken naar andere ziekenhuizen. 'Verdampzorg', noemde iemand het.

Die veronderstelling, het idee dat mensen voor de lol de zorg bezoeken en dat ziekenhuizen daar maar wat graag aan verdienen, maakte Suttorp razend. Voor het eerst in zijn carrière dacht hij: hier wil ik niet meer bij horen.

Maar het afgelopen jaar is hij weer verliefd geraakt. Hij heeft zich gerealiseerd dat hij werkt in een sector 'met betekenis'. Dat is ook zijn boodschap aan nieuw personeel: dit werk verrijkt je.

Ziekenhuisdirecteur Olof Suttorp.

Ziekenhuisdirecteur Olof Suttorp.
Ziekenhuisdirecteur Olof Suttorp.
Foto: Jiri Büller