Terwijl Nederland nog moet bijkomen van de barre coronawinter, is in Denemarken het normale leven al hervat. De pandemie maakte er ook veel minder slachtoffers. Deskundigen leggen uit waarom.

Dit artikel is afkomstig uit het AD. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Op de vrijdagmiddag dat we bellen met Anders Koch, epidemioloog in Kopenhagen, beginnen elders in de Deense hoofdstad de vrijdagmiddagborrels. Wie in de kroeg het groene vinkje van zijn corona-app toont, kan daarna een koud glas Carlsberg of Tuborg aan de lippen zetten. Skol.

Wie mee wil proosten (en niet gevaccineerd is), kan in de buurt een sneltest doen, waarvan de uitslag binnen een kwartier op zijn telefoon staat. "Of ik denk dat we het hier in Denemarken beter voor elkaar hebben dan in andere landen?", herhaalt Koch, werkzaam aan het Statums Serum Institut, de vraag vanuit Nederland. "Ja, dat denk ik wel. We zijn in Denemarken niet zo van de Trumptaal, ik zal niet zeggen dat we the greatest country in the world zijn. Maar ik ben wel trots op wat we voor elkaar hebben gekregen."

Als je de vraag wilt beantwoorden hoe Nederland het gedaan heeft in deze coronacrisis, en dat wilt vergelijken met andere landen, ontkom je bijna niet aan het Deense succesverhaal. Ook OMT-lid Marion Koopmans, die het eigenlijk nog veel te vroeg vindt voor een betrouwbare analyse ('Je kunt niet zomaar een paar staatjes bekijken en op basis daarvan conclusies trekken'), komt uit eigen beweging met het Scandinavische land op de proppen, als voorbeeld van een land waar we met enige jaloezie naar mogen kijken. Haar collega Jan Kluytmans: idem.

Ga maar na: scholen, bedrijven en culturele instellingen zijn in Denemarken allemaal weer volledig open. Thuiswerken wordt sinds deze week planmatig afgebouwd, en een plan voor het uitfaseren van mondkapjes is ook al gepresenteerd.

Dat gebeurt in een land dat het qua levering van vaccins met dezelfde EU-afspraken moest doen als wij. Een land bovendien dat sinds het begin van de coronacrisis naar verhouding ruim de helft minder coronagerelateerde sterfgevallen en -besmettingen had dan Nederland. Het dagelijks aantal geregistreerde tests was in Denemarken begin mei ongeveer vijftien (!) keer zo hoog als bij ons. Dat alles gaat in een sfeer die volgens Koch vrij kalm is. "We zijn het niet overal over eens, maar er is relatief weinig verdeeldheid."

Voor de beschouwing van de Nederlandse coronaprestaties, waarbij we geholpen worden door Nederlandse experts, maken we in de komende hoofdstukken daarom uitstapjes naar Andreas Koch in Kopenhagen.

1. De maand waarin het fout ging: september

Vorig voorjaar werd heel Europa overvallen door het coronavirus, maar dit najaar wisten we met welke tegenstander we te maken hadden. Toch liet Nederland zich opnieuw verrassen, al vrij snel. De maand waarin het weer fout ging, was september. In vier weken tijd verzesvoudigde het aantal besmettelijke mensen, van 20.000 naar 120.000, blijkt uit berekeningen van het RIVM. "Die vooravond van de tweede golf vond ik een van de moeilijkste fases", zegt Jan Kluytmans, OMT-lid en arts-microbioloog in het Amphia ziekenhuis in Breda, terugkijkend. "In september had echt ingegrepen moeten worden."

Na september zijn in Nederland tussen de 15.000 en 20.000 mensen aan corona overleden. Naar schatting enkele tienduizenden kampen met langdurige klachten als gevolg van hun besmetting. 9000 mensen kwamen op de ic terecht, ruim 46.000 op de verpleegafdeling van het ziekenhuis.

In theorie, beaamt Kluytmans, hadden we al die getallen grofweg door zes kunnen delen als we er heel september in geslaagd waren het reproductiegetal op 1 te houden. "Dat is de paradox van virusbestrijding: je moet eigenlijk ingrijpen als het aantal besmettingen laag ligt en er nog niet zoveel aan de hand lijkt. Maar dat is aan de buitenwereld moeilijk te verkopen. Ik weet nog dat ik in die tijd ook geopperd heb een avondklok in te voeren. Daar wilden mensen absoluut niet aan."

Uit de OMT-stukken blijkt dat de adviseurs van het kabinet halverwege de maand aan de bel trokken. Een citaat: "Omdat het aantal gevallen naar verwachting verder zal toenemen, adviseert het OMT op korte termijn maatregelen om de toename te keren. Elke vertraging maakt het probleem groter."

De reactie van het kabinet is, zo geven de bewindslieden later zelf ook toe, halfbakken. Buiten een heel lichte aanpassing van de horecatijden in zes probleemregio's, worden geen grote stappen gezet. Een gemiste kans, blijkt achteraf.

2. Niet genoeg tests, geen goed zicht op het virus

Toch proef je, als je de stukken uit die periode terugleest, ook dat de beleidsmakers geen perfect zicht hebben op het virus en op de effectiviteit van het beleid. Het OMT constateert ruim een half jaar na de intrede van het coronavirus dat er nog steeds 'een dringend tekort' is aan testcapaciteit. "Een actief test- en traceerbeleid is een essentieel hulpmiddel om zicht te houden op de circulatie van het virus en gericht in te perken."

Ook ervaren de adviseurs problemen bij het monitoren van het gedrag van de bevolking. "Het OMT betreurt dat zij van indirecte, afgeleide en weinig exacte parameters (zoals Apple en Google mobility trends) gebruik moet maken om tussendoor de reactie op maatregelen in te schatten."

In Nederland duurde het lang voor de testcapaciteit voldoende groot was om aan de vraag te kunnen voldoen. Hier de opening van een van de eerste XL-teststraten, met minister Hugo de Jonge in het midden.

In Nederland duurde het lang voor de testcapaciteit voldoende groot was om aan de vraag te kunnen voldoen. Hier de opening van een van de eerste XL-teststraten, met minister Hugo de Jonge in het midden.
In Nederland duurde het lang voor de testcapaciteit voldoende groot was om aan de vraag te kunnen voldoen. Hier de opening van een van de eerste XL-teststraten, met minister Hugo de Jonge in het midden.
Foto: ANP

De gevolgen van het gebrek aan testcapaciteit zijn groot. Begin oktober zit gemiddeld bijna negentig uur tussen het moment dat mensen een afspraak kunnen maken voor een coronatest en de uitslag. Dat leidt ertoe dat mensen bij klachten vier dagen binnen moeten blijven, ook als ze niet besmet blijken. Dat helpt het draagvlak voor het beleid en de maatregelen bepaald niet. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat grofweg de helft van de Nederlanders zich bij klachten niet laat testen, een vergelijkbaar aantal respecteert de quarantaine niet.

Hoe het ondertussen in Denemarken gaat? "Wij hadden onze teststructuur in april vorig jaar op poten", zegt Koch. "Iedereen met klachten kan sindsdien naar de teststraat. Ons beleid - laat je testen bij klachten - ging hand in hand met de mogelijkheid om dat te doen. Wel of niet in quarantaine gaan is eigenlijk nooit echt een issue geweest."

De Denen, zegt de epidemioloog, zijn sinds het voorjaar constant in staat geweest om het virus op de huid te zitten. Alleen in december liep het aantal infecties even scherp op. "Het lukte ons doorgaans goed om besmettingen vroeg op te sporen. Onze ziekenhuizen hebben nooit erg onder druk gestaan. En we hebben ook nooit echt een zware lockdown gehad, zoals in Frankrijk."

3. Daarna: geen helder doel

Wat ook hielp: in Denemarken was de grens waarop ingegrepen werd duidelijk. "Wanneer we op weekbasis boven de 300 gevallen per 100.000 Denen komen, gaan we in lockdown", zegt Koch. "We accepteren het niet als het niet meer onder controle is."

Zo'n harde grens ontbrak in Nederland eigenlijk altijd. Op de persconferenties van Rutte en De Jonge werden escalatieladders, gereedschapskisten, versoepelplannen en stippen aan de horizon gepresenteerd. Het bleken allemaal luchtballonnetjes die even snel leegliepen als dat ze waren opgeblazen. De waan van de dag won het telkens weer van structureel en voorspelbaar beleid.

"Het doel van het beleid was nooit duidelijk voor de burger, maar ook niet voor professionals", zegt veldepidemioloog Amrish Baidjoe, lid van het Redteam dat het overheidsbeleid enige tijd van kritisch commentaar voorzag. "Hoeveel ziekenhuisopnamen vinden we acceptabel? Hoeveel besmettingen? Waar werken we precies naartoe?"

Op de persconferenties van Rutte en De Jonge werden keer op keer nieuwe strategieën gepresenteerd.

Op de persconferenties van Rutte en De Jonge werden keer op keer nieuwe strategieën gepresenteerd.
Op de persconferenties van Rutte en De Jonge werden keer op keer nieuwe strategieën gepresenteerd.
Foto: ANP

Officieel is het doel van het Nederlandse coronabeleid een 'acceptabele' belasting van de zorg. Het was een keuze voor de middenweg, zegt Kluytmans, die dat niet per se slecht te verdedigen vindt. "Als je in onzekerheid zit, kun je de afweging maken om ergens in het midden te gaan zitten. De kans dat je het dan helemaal verkeerd doet, is klein. Door een midden te kiezen tussen het virus helemaal de kop indrukken en het rond laten gaan, beperk je mogelijk ook de economische en sociale schade enigszins. Die schade overzien we nog lang niet helemaal. Het kan best wel groter zijn dan de directe schade door het virus."

In Zweden, stelt hij, lieten ze de teugels wat te veel vieren. "Daar zijn ze van teruggekomen. Maar als je kijkt naar de landen die een hele strenge lockdown hadden, Australië of China bijvoorbeeld, met zero tolerance, dan ga je naar een politiestaat'achtige situatie. Dat werkt in Nederland niet. Ook nu heb je gezien hoe mensen zich verzetten tegen maatregelen, hoe boos ze soms waren."

4. Longcovid: een blinde vlek?

Sinds het najaar heeft de Nederlandse zorg constant onder zware druk gestaan. Meestal lagen er meer dan 2000 coronapatiënten in het ziekenhuis. Gemiddeld werd dagelijks bij 6500 mensen het coronavirus vastgesteld. Acht maanden lang, dag na dag na dag.

Volgens Baidjoe, werkzaam bij London School of Hygiene and Tropical Medicine, heeft Nederland in de omgang met het virus last gehad van een grote blinde vlek. Door met name te kijken naar de ziekenhuizen, waar vooral oudere mensen met overgewicht of kwetsbare longen werden opgenomen, vergaten we dat ook jongeren hard getroffen werden.

Hij doelt op longcovid: langdurige klachten na een besmetting. Dit treft naar verhouding vaak jongere mensen. Zij hebben diverse en soms erg zware klachten, zowel fysiek als cognitief. Sommigen zijn daar ook na een jaar nog niet van verlost. Volgens een recente schatting lopen in Nederland nu 60.000 tot 75.000 mensen met langetermijnklachten bij de fysiotherapeut.

Baidjoe: "Het kost tien jaar om een virus goed te leren kennen, zei viroloog Jaap Goudsmit ooit. Als je geconfronteerd wordt met een nieuw virus, zou je toch moeten zeggen: we weten niet zeker wat de impact is, laten we het aantal besmettingen zo laag mogelijk houden? Of, als je pas later ontdekt dat veel mensen langetermijnklachten houden, moet je alsnog bijsturen. Want dan klopt je verhaal, over een virus dat vooral ouderen treft, niet meer. Dan moet je de stip aan de horizon veranderen en zorgen dat de epidemie minder slachtoffers maakt. Uit het feit dat dat niet gebeurd is, blijkt dat het longcovid-dossier niet voldoende op de radar staat bij de beleidsmakers. Of ze willen het gewoon niet horen, omdat ze dan moeten erkennen dat ze gefaald hebben."

In de communicatie van het kabinet speelden langetermijnklachten bij jongere Nederlanders eigenlijk nooit een rol. In de OMT-stukken wordt, voor zover na te gaan, eind maart 2021 voor het eerst expliciet melding gemaakt van het bestaan van longcovid. Pas de laatste weken wordt het ook genoemd als beleidsoverweging, bijvoorbeeld als argument om voorzichtig te zijn met versoepelingen waarbij vooral jongeren ruimte krijgen.

Voor die tijd leek het risico niet echt meegenomen in de afwegingen. Zo wordt verspreiding van het virus onder twintigers en dertigers in het OMT-verslag van 17 augustus vooral een probleem geacht omdat zij het dan door kunnen geven aan ouderen. Niet omdat het hun eigen leven ernstig kan beschadigen.

Volgens Koopmans heeft longcovid bij het OMT wel altijd een rol gespeeld in de discussies. "We weten van andere infecties dat postinfectieuze klachten kunnen optreden. Daarom is vanaf het begin ook ingezet op het vaccineren van de gehele bevolking, en hebben we ons niet beperkt tot ouderen. We hebben nooit een zwart-wit grens getrokken tussen kwetsbaren en niet-kwetsbaren."

De Rotterdamse viroloog is groot voorstander van meer onderzoek naar het fenomeen. "Heel veel is nog onduidelijk, maar het lijkt om indrukwekkende aantallen te gaan. Dat wordt nu pas breder maatschappelijk onderkend."

Ook Kluytmans maakt zich zorgen. "Ik denk dat we longcovid onderschatten. Ik heb in mijn omgeving een paar indrukwekkende voorbeelden gezien en daar ben ik erg van geschrokken. Het kan veel schade aanrichten."

5. De spiegel: we zijn nogal eigenwijs

Naast kritiek op beleidsmakers, kan een blik in de spiegel wellicht ook geen kwaad. Een overschot aan eensgezindheid kon Nederland de afgelopen maanden moeilijk worden verweten.

Koopmans kan zich nog steeds verbazen over de moeite die het kost om wetenschappelijke inzichten te vertalen in effectief beleid. "Alles wat bediscussieerd kan worden, zal bediscussieerd worden. Alles wat wordt voorgesteld, wordt aangevochten. In de rechtbank, via Wob-verzoeken. Het hoort bij een democratie, maar ik vraag me echt af of het in andere landen ook zo heftig is."

Rudi Westendorp, een hoogleraar die zowel in Leiden als Kopenhagen werkt, legde eerder uit dat in Denemarken de cultuur van oudsher echt anders is. Denen, stelde hij, vormen één gemeenschap, op het tribale af. Collectief denken zit diep in de genen. Nederlanders gaan veel meer uit van zelfbeschikking.

De mondkapjes, de corona-app, het vaccinatiepaspoort, de avondklok, een quarantaineplicht: de samenleving laat het zich niet zomaar opdringen. "Daardoor is het echt heel moeilijk om te zeggen: zo gaan we het doen, en daar blijven we bij", zegt Koopmans. Bij elke maatregel vindt in de Tweede Kamer een hele serie debatten plaats, waarna weer wat wordt aangepast. En over die aanpassing volgt dan weer een hele serie debatten. "Jongens jongens", denk ik dan soms. "Wat vermoeiend."

De lange discussies komen de doelmatigheid niet altijd ten goede, denkt de viroloog. "De legitimiteit van het beleid wordt erdoor uitgehold. Een beetje wheelen en dealen werkt niet als je een crisis moet beteugelen."

Daarnaast lijkt de Nederlander soms echt geen boodschap meer te hebben aan de pandemie. "Na reizen vanuit het buitenland gaat slechts een kwart van de Nederlanders in quarantaine. Een kwart! Dat nieuwe varianten ons land binnenkomen, komt omdat sommige mensen nog steeds vinden dat het heel erg nodig is om naar het buitenland te gaan. Uiteindelijk is dat de kern van het probleem: ben je bereid om echt je best te doen om het virus buiten te houden."

Viroloog Marion Koopmans.

Viroloog Marion Koopmans.
Viroloog Marion Koopmans.
Foto: ANP

Ook in Denemarken wonen natuurlijk niet alleen maar mensen die trouw ja en amen knikken. Koch: "Er zijn ook wel demonstraties. Je hebt de Men in Black, een beweging die vindt dat de maatregelen te strikt waren. Maar over het algemeen vertrouwen we autoriteiten. We zijn het niet altijd eens met wat besloten wordt, maar we volgen het wel op."

6. Toekomst: dijken bouwen

Zo kon het gebeuren dat in Denemarken de heropening van de samenleving hand in hand gaat met een strak test- en toegangsbeleid, terwijl het in Nederland nog volstrekt onduidelijk is hoe we het nou precies gaan doen.

Nu, met een epidemie die sterk aan kracht afneemt, is dat nog niet zo'n probleem. Maar volgens de experts is het van essentieel belang dat Nederland zich eindelijk echt uit het debatteermoeras trekt, en een duidelijk plan voor de toekomst neerlegt. "Dat is er nu niet", zegt Baidjoe. "Het enige plan van het kabinet is dat corona in augustus weg is. Maar dat gaat niet gebeuren. We moeten nu beslissen hoe we het dit najaar doen. De dijken moeten nu gebouwd worden."

Kluytmans is dat met hem eens. Sneltesten spelen daarin een cruciale rol, denkt de Brabander. "Als we willen voorkomen dat we dit najaar bij een uitbraak van een onbekende variant weer meteen in lockdown moeten, zal je toch een manier moeten verzinnen om er mee om te gaan. We moeten toch in staat zijn om dat op een slimme manier te doen?"

En doen alsof we al van corona af zijn, dat is jezelf afsluiten voor de realiteit, zegt Koopmans. "Wereldwijd is het nog lang niet onder controle. We're the lucky ones, met onze vaccins. Dat beseft bijna niemand, maar zo is het."