Het was een turbulent jaar voor Anthonie Kort (69), misschien wel de meest omstreden dominee van Nederland. Hoe ziet de predikant van de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel, bekend vanwege zijn link tussen corona en homoseksualiteit, dat zélf?

Dit artikel is afkomstig uit AD Rotterdams Dagblad. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Ondeugend roept dominee Kort naar zijn vrouw, die een verdieping hoger met haar haar bezig is. Het duurt Kort, die zo op een verjaardag wordt verwacht, allemaal te lang. "Dat bosje van jou is toch niet meer te redden."

Hij, staand bij de kapstok met elf zwarte, bijna identieke jassen, zegt het grijnzend. Als zijn vrouw niet veel later beneden komt, wijst ze haar echtgenoot fijntjes op diens optrekkende haargrens. "Jíj hebt pas weinig tijd nodig."

Zie hier, volgens critici althans, misschien wel de meest omstreden dominee van Nederland. Een man met twee gezichten: enerzijds een 'homohater' die in de Krimpense Mieraskerk donderpreken houdt, anderzijds een zachte, grappende familieman met pretoogjes en een ruig verleden in de Zwolse uitgaansscene. Het roept de vraag op: wie is deze dominee, die doodsbedreiging na doodsbedreiging incasseert, nou écht?

Een homohater, zeggen sommigen.

"Ik ben niet anti-homo. Maar: homoseksualiteit is volgens de Bijbel wél een zonde. Een van de vele zonden die door Gods Woord veroordeeld worden. Hij vermaant en roept op tot bekering."

April 2020. De coronacrisis heeft Nederland in een ijzeren greep als Kort een brief naar Krimpense politici stuurt. Dat o zo ongrijpbare virus kan hij voor hen verklaren: het is Gods antwoord op de talloze zonden waar de mensheid zich schuldig aan maakt. De brief lekt uit en zorgt voor commotie. De homoseksuele Leon Houtzager doet aangifte: hij beticht Kort van discriminatie.

Waarom schreef u die brief?

"Het was een antwoord op een brief van de burgemeester waarin hij de coronamaatregelen besprak. De overheid vraagt wat van ons, schreef ik, dus mogen we ook wat van de overheid vragen? Daarmee doelde ik op het uitbannen van zonden als abortus, euthanasie en hoererij."

En dus ook homoseksualiteit?

"Hoererij is alles wat tegen de scheppingsorde - man en vrouw - indruist. We leven in een tijd van zedenverwildering, alles moet maar kunnen. Samenwonen, bijvoorbeeld. Het is, met een plat woord, een beestenboel. We laten het toe, omdat we in een democratie leven. Maar het is slecht voor een land als het voor zedeloosheid valt. Kijk maar naar Sodom en Gomorra."

Interieur van de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel.

Interieur van de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel.
Interieur van de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel.
Foto: Ossip van Duivenbode

Want dan volgt een straf als corona?

"Je kan het coronagebeuren als straf zien, ja. God heeft ons gewaarschuwd: eerst met de vogelgriep, daarna kwamen de varkenspest en gekkekoeienziekte. De mens werd telkens gespaard, maar bekeerde zich niet. Integendeel: hij verhardde zich. Dan gaat de Heere voort om te tonen dat Híj de rechter is over wat wíj doen. Corona is dus ook niet de schuld van één iemand. En ik heb het niet eens in mijn gedáchten gehad dat het om de homofiele groep zou gaan. Ik heb het over álle zonden."

Kan een dominee zoiets wel zeggen?

"Sowieso. Hij is de grote bestuurder, maar niet de auteur van de zonden. Die zijn voor eigen rekening van mensen."

Ook u had corona. Wat zegt dat dan?

"Een dag lang heb ik gedacht dat ik zou sterven. Ik was continu aan het hoesten, kon nauwelijks ademhalen. Maar: als de hand van God slaande is, hoeft dat niet te betekenen dat Hij tégen je is. Het leven van Gods kinderen is soms misschien wel zwaarder dan dat van anderen. Hij beproeft ons op onze standvastigheid. Als ik aan sterven denk, is dat - zonder hoog te praten - iets waar ik naar uit zou kunnen zien. Niet naar de dood, maar naar het leven daarna."

Heeft u Leon Houtzager ooit gesproken?

"Nee. Ik kén hem namelijk niet. Via-via hoorde ik vorig jaar over de aangifte. Mijn zoon liet daarna een foto van die man zien en ik had geen idéé wie ik voor me zag. Het is een leugen dat ik niet met hem wil praten. Als iemand iets dwars zit, kan degene bellen of langskomen. Dat heeft híj nooit gedaan. Over de aangifte heb ik trouwens nooit wat gehoord. Op een gegeven moment werden we gefeliciteerd: wat fijn dat je vrijgesproken bent. Moest ik in het Reformatorisch Dagblad lezen dat het Openbaar Ministerie me niet ging vervolgen. Het was allemaal buiten ons om gegaan"

De commotie zelf níet. Vooral na een uitzending van Boos, waarin de aangifte centraal staat, is die groot. Honderden boze brieven krijgt de dominee binnen. Een tweede hausse volgt enkele weken later na het besluit om, ondanks de zorgwekkende coronastatistieken in Nederland, meer gelovigen in de Mieraskerk toe te laten. Nog groter is de woede nadat een journalist voor de deur van de kerk een trap ('Ik keur het niet goed, maar we werden al zó lang door de media lastiggevallen…') krijgt van een gemeentelid.

Op de drukste dagen brengt de postbode wel 150 brieven bij Kort langs. Ondertussen staat zijn telefoon roodgloeiend: anonieme dreigers bellen om de zoveel minuten, middenin de nacht en op zondagen. En dan krijgt de dominee óók nog een seksspeeltjes opgestuurd, vertelt hij.

Seksspeeltjes?

"Om ons te plagen, denk ik. Iemand heeft ons ook een penis van chocola opgestuurd, geloof ik. En kaarten met plaatjes van blote mannen."

Kort liet zijn kleinkinderen de postzegels er af halen, want die kan de zending goed gebruiken. En de seksspeeltjes? Hier worstelt Kort met zijn geheugen en roept hij zijn vrouw. "Moeder, wat zat er in die pakjes? Van die seksshops?"

Zijn vrouw wandelt de woonkamer binnen. Ze weet het niet, zegt ze "Het leek vies en raar. Ik heb het zo in de vuilnisbak gedumpt." De tekst op de doos - 'Homohater Anthonie' - herinnert ze zich nog wel. Evenals de bijgevoegde rekening: 26 euro. Ze zegt het geld, ondanks aanmaningen, nooit te hebben overgemaakt. "Het moet toch niet gekker worden?"

De politie houdt toezicht bij de Mieraskerk waar eerder een vuurwerkbom ontplofte.

De politie houdt toezicht bij de Mieraskerk waar eerder een vuurwerkbom ontplofte.
De politie houdt toezicht bij de Mieraskerk waar eerder een vuurwerkbom ontplofte.
Foto: EPA

Maar dat wordt het wel: daags na het incident met de journalist ontploft voor de Mieraskerk, waar Kort naast woont, een vuurwerkbom. De domineesvrouw schrikt wakker en denkt dat de Dag des Oordeels is aangebroken. Haar man vermoedt dat het om vandalen in het nabijgelegen winkelcentrum gaat. Ze slapen weer verder.

Hun kinderen en gemeenteleden melden zich de ochtend na de explosie ongerust bij het echtpaar. Maar omdat de schade ín de kerk meevalt, zien Kort en de kerkenraadsleden geen reden om de diensten af te blazen.

Ook niet wanneer verderop in de week een dreigbrief bij de dominee binnenkomt: de afzender kondigt aan de kerk in brand te steken. In de daaropvolgende weken volgen nog drie brieven: ze gaan over een bom, het afschieten van gelovigen 'alsof het herten zijn' en het 'eraan' laten gaan van de dominee.

U lijkt daar koel onder te blijven.

Domineesvrouw: "Wat moet je dan? Wij hebben de grootste beschermer, zegt mijn man altijd. En daar ga ik dan maar vanuit. Dat onze kleinkinderen hiermee op school geplaagd zijn, dáár kan ik slecht tegen."

Kort: "Ik ben de 'omstreden dominee'. Zo verwoorden jullie het in de krant, geloof ik?" Weer die glimlach.

Even later zegt hij dat de bedreigingen hem toch niet onberoerd laten. "Op een gegeven moment ben jij de predikant op wie zich alles richt, daar voel je de druk van. De media kunnen mensen opstoken. Ik ben wel wat gewend, maar ik heb geen eelt op mijn hart en ook geen gladde rug. Ik heb het afgelopen jaar veel meer zorg gehad voor mijn gemeente. Je bent herder van je kudde. De kerk is voor mij een groot gezin en daar heb je je zorg voor."

Wat helpt, zijn de steunbetuigingen. Ze zeggen honderden opbeurende brieven én boeketten ontvangen te hebben. De domineesvrouw verhaalt over een homo die aan de deur kwam om een bloemetje te brengen, omdat hij het zo erg vond. Hij over een vrouw die blij was met een dominee die zijn rug tenminste recht houdt.

De boosheid van velen zat 'm in het besluit van de kerk om weer grote bijeenkomsten te houden. Was dat terecht?

"We respecteren het gezag: als de overheid en het koningshuis érgens geëerd worden, is het wel in de kerk. Maar je hebt ook grenzen: wanneer de overheid dingen voorschrijft die tegen het Woord ingaan, moeten we de Heere meer gehoorzamen dan de overheid. We eren de koning, maar God is de koning der koningen.

De overheid moet ons niet zo betuttelen: jij vindt het toch ook niet aardig dat je in je elleboog moet niezen, want dat maak je toch zeker zélf wel uit? En mondkapjes: ik vind het maar vieze dingen. Maar dan zeg ik toch ook niet dat je ze niet moet gebruiken? Zeg mij dan óók niet dat ik het wél moet doen.

We zoeken de grenzen op en dat kan hier best. We zijn met vier begonnen, toen dertig, honderd, tweehonderd. Nu zitten we op vijfhonderd, terwijl we ruimte hebben voor 1300 mensen. En: we houden afstand en ontsmetten onze handen."

Is het naleven van die regels wel nodig als corona een straf is?

"Van mij hoeft die 1,5 meter niet. Maar ik luister, omdat ik geen ergernis wil wekken. De angst zie ik als een creatie van de overheid en het RIVM. In de kerk proberen we iedereen weer rustig te krijgen: God kan slaan, maar óók helen. En ik zie dat Hij bijzonder goed voor onze gemeenschap heeft gezorgd. Vorig jaar zijn zeven personen overleden, uitzonderlijk weinig."

De dominee benadrukt zichzelf niet beter te vinden dan anderen. Die houding heeft alles te maken met zijn levensloop: ooit was hij, vertelt Kort, de 'grootste zondaar van allemaal'.

Hij groeit op in Heinenoord, een dorp in de Hoeksche Waard. Hij is nog jong als zijn ouders scheiden. Zijn moeder kan er niet mee leven dat Korts vader zich 'tot God bekeerde en tot het geloof Christus kwam'. De tiener Anthonie is in de ban van Elvis Presley en ergert zijn vader door thuis de twist te dansen. "Ik zag hem kijken: jongen, waar ben jíj nou mee bezig?." Hij ontvlucht het ouderlijk huis en belandt in Zwolle, waar hij aan de slag gaat als timmerman en hij stort zich op het voetbal én de rockscene die daar bloeiende is.

Wiet

Hij omschrijft zichzelf als een onbevangen vent met krullend, lang haar die in het uitgaansleven voor niemand aan de kant gaat. Hij leidt volgens eigen zeggen een ruig leven. Kort blowt ('Eens was ik zo stoned dat ik met een gebroken been nog drie dagmarsen kon lopen') en handelt in wiet. "Ik heb een aantal maanden bij een dealer ingewoond. Zijn vrouw was een hoer. Op een zondag is zij ontvoerd. Beiden werden ze met een vuurwapen onder schot gehouden en bestolen. Ik was toen niet thuis. Daar zie je later de bewarende hand Gods in."

Toen niet, zegt hij. De jonge Kort is totaal niet met geloof bezig. Dat verandert na een val tijdens een timmerklus. "Ik stond op een trapje en werd daar letterlijk af geslagen. Het was de Krachtige Hand die volkeren kan kastijden, die ook mij aangreep, mij neersloeg. Met zoveel geweld dat ik van een op ander moment ongelukkig werd. Van iemand die zingt en vrolijk is, naar iemand die geen enkele vreugde meer kent."

Zoektocht

Het is het begin van een zoektocht naar geluk en de zin van het leven die hem uiteindelijk bij het geloof brengt. De timmerman schoolt zich tijdens avondonderwijs om tot predikant, waarna hij via lichtere kerken uitgroeit tot een prominente voorganger van de uiterst orthodoxe Oud Gereformeerde Gemeente. De kerk in Krimpen aan den IJssel, beter bekend als de Mieraskerk, is met meer dan 1600 leden de grootste van de geloofsgemeenschap.

Drie keer in de week preekt Kort in zijn eigen gemeente. Ondertussen gaat hij ook zoveel als hij kan voor in andere Oud Gereformeerde Gemeenten in het land, omdat de geloofsgemeenschap een tekort aan dominees heeft.

Kort geniet van het voorgaan, noemt de preekstoel zijn 'houten dokter' die alle pijntjes laat verdwijnen. Van pensioen wil hij niet weten: "Ik hoop in het harnas te sterven." Rust vindt hij thuis in de moestuin. Behalve de kanarie houdt hij nog parkieten, kippen, 'duifjes' en konijnen. "Als kleinkinderen geen zin meer hebben om ze te verzorgen, brengen zij ze hier. Bij opa kan alles terecht. En als zij ze weer willen hebben, dan kunnen zij ze zo weer meenemen."

Een man met twee gezichten.

"Daar herken ik me niet in. Ik doe me nooit mooier voor, ben gewoon mezelf. Predikant zijn is mijn ambt, mijn werk. In ben een dienaar van het Woord en dat moet ik onvervalst preken. Het ís geen gemoedelijk praatje. Zondenleer is in de ogen van de mensen altijd streng. Als je waarschuwt, lijkt het alsof je belemmerd wordt in je doen en laten. Daar word je bang van. Maar het is eigenlijk liefde als je zegt: ik wil niet dat je in dat verderf komt. Wat zou het erg zijn als ik over liefde praat en jij onterecht gaat denken dat je in de hemel komt. Dan ben ik een bedrieger."