In de Wia zouden mensen met een ziekte of beperking sneller terugkeren naar de arbeidsmarkt, was de gedachte. Dat blijkt niet zo te zijn. Moet de Wia op de schop?

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

In 2005 komt er een einde aan een van de bekendste sociale regelingen die Nederland kent: de Wet arbeidsongeschiktheid (WAO). Op dat moment telde Nederland 765.000 WAO'ers. Te veel vond de politiek, en te weinig van hen keerden weer terug op de arbeidsmarkt. Wie eenmaal in de WAO zat, kwam daar niet meer uit. Of zoals sommige werkgevers het noemden: de WAO was te veel een hangmat, terwijl ze een trampoline wilden.

Dus moest er een wet komen waarop minder mensen een beroep zouden doen en waarmee mensen met een beperking toch weer aan het werk zouden gaan. Dat werd de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia).

Een groot verschil met de WAO is dat de Wia onderscheid maakt tussen twee groepen. Mensen die hoogstwaarschijnlijk nooit meer kunnen werken, vallen in de IVA (inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten). Mensen die tijdelijk of deels arbeidsongeschikt zijn, komen in de WGA: Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.

Lagere uitkering moest mensen stimuleren te werken

De WGA zou een tijdelijke uitkering moeten zijn, zeg maar: die trampoline. Een WGA-uitkering is lager dan een Iva-uitkering. Die lagere uitkering zou mensen moeten stimuleren de arbeidsmarkt weer op op te gaan. Maar in de werkelijkheid, zo is gebleken, vragen mensen met grote lichamelijke of psychische problemen vaak een herkeuring aan omdat ze in de Iva willen komen: dan ontvangen ze maandelijks meer geld en laat uitvoeringsinstantie UWV hen met rust.

De WGA zou werkgevers moeten stimuleren hun werknemers snel terug te laten keren op de werkvloer. Werkgevers moeten premie betalen voor werknemers in de WGA. Dus is het, zo was de gedachte, aantrekkelijk hen snel weer uit die uitkering te krijgen. Maar in de praktijk vragen werkgevers vaak een herkeuring aan bij het UWV in de hoop dat hun werknemer dan een Iva-uitkering gaat ontvangen. Voor werknemers in de IVA betalen werkgevers immers geen premie.

De twee financiële prikkels blijken dus averechts te werken. Uit onderzoek blijkt dat de WGA geen tijdelijke uitkering is. De mensen die er in komen, komen er nauwelijks nog uit. Wel belanden ze soms in de Iva, al zijn verzekeringsartsen huiverig om te bepalen dat iemand nooit meer een kans maakt om te herstellen. Dat is immers een vergaande beslissing en deze artsen hebben ook geen glazen bol.

De WGA zorgt wel voor veel extra werk voor de artsen van het UWV: zij moeten aanvragen van werkgevers voor een herbeoordeling met voorrang behandelen. Daardoor houden de artsen nauwelijks tijd over voor hun belangrijkste taak: mensen naar de spreekkamer halen van wie zij verwachten dat er verbetering is opgetreden in hun medische situatie. Mensen, kortom, die misschien weer aan het werk zouden kunnen gaan. In de praktijk blijkt dat sommige van die mensen jarenlang geen arts van het UWV zien of spreken.

Kleine kans nog werk te vinden

Het moet dus anders. Over oplossingen wordt nagedacht. Alles ligt op tafel. Zoals het gelijktrekken van de hoogte van de uitkeringen. Maar ook het stoppen met herbeoordelingen bij mensen die al vijf jaar of langer in de Wia zitten. Of bij mensen boven de 55 jaar, of 60 jaar. Die mensen hebben, omdat ze op leeftijd zijn en lang uit de roulatie zijn geweest, toch maar kleine kans om nog werk te vinden.

In ieder geval moeten er sociaal medische centra komen, schreef minister Wouter Koolmees van sociale zaken in een brief aan de Tweede Kamer vorige maand. In die centra wordt de arts ondersteund door verpleegkundigen, procesbegeleiders en medisch secretaressen. De arts houdt dan meer tijd over voor herbeoordelingen. Ook wordt gedacht aan het schrappen van de keuringen als mensen langer dan een jaar in de ziektewet zitten.

Wat het precies wordt, mag een volgend kabinet beslissen. Maar dat er iets moet gebeuren is duidelijk. De Wia in zijn huidige vorm brengt niet wat er begin van deze eeuw van werd verwacht. Bovendien wachten er nu 37.000 mensen op een herbeoordeling. Koolmees: "Als we niets doen, wachten er 150.000 mensen op een herbeoordeling in 2027".