André van Duin (74) spreekt vanavond op de Dam tijdens de Nationale Dodenherdenking. Zelf was hij ook verbaasd dat hij werd gevraagd. In het gebombardeerde Rotterdam was de oorlog bij hem thuis geen thema. "Ach jongen, dat wil je niet weten", was altijd het antwoord van zijn vader die in Duitsland te werk was gesteld.

Dit artikel is afkomstig uit het AD. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

"Voor de Dam zochten ze iemand die een groot publiek aanspreekt. Ik loop zo veel jaren mee dat veel mensen uit verschillende generaties van me hebben gehoord. Bekendheid dus, en geen strafblad... Maar serieus, dat eerste is wel belangrijk. Er kijken veel mensen, het moet velen aanspreken.

Verbaasd was ik wel. Ik ben van ná de oorlog, van '47. Bij ons thuis in Rotterdam werd er niet over gesproken. Mijn vader werd bij een razzia opgepakt en moest werken in Duitsland. Maar dat was nooit een onderwerp van gesprek. Ik vroeg er natuurlijk wel naar. Dan zei hij: "Ach jongen, dat wil je niet weten." Dat was het dan.

De binnenstad van Rotterdam lag in puin door het bombardement van 14 mei 1940. Zelf groeide ik op in Delfshaven, de Watergeusstraat. Dat was nét buiten de brandgrens, de straten en huizen lagen er niet in puin. Ik herinner me het Rotterdam van toen vooral als een plek waar je als kind heerlijk tussen de ruïnes kon spelen. Fikkie stoken, verstoppertje spelen, voetballen. Dat is míjn herinnering aan de verwoeste stad."

Intiem

"Op 4 mei gingen Martin, mijn overleden man, en ik altijd naar het homomonument. Dat is hier om de hoek in Amsterdam. Een prachtig monument, één van de eerste in de wereld. Zoals ik het beeld van Zadkine, de stad zonder hart in Rotterdam, ook zo'n prachtig monument vind. Op de Dam liggen niet heel het jaar bloemen, bij het homomonument wel. Het is een intieme bijeenkomst."

Het centrum van Rotterdam werd door het bombardement grotendeels verwoest.

Het centrum van Rotterdam werd door het bombardement grotendeels verwoest.
Het centrum van Rotterdam werd door het bombardement grotendeels verwoest.
Foto: Ferdinand Grimeyer/Stadsarchief Rotterdam

"Zelf heb ik nooit last gehad van onderdrukking of van geweld wegens mijn geaardheid. Ik kwam sowieso terecht in een artiestenwereld waarin dat geen thema is. Nee, dat heeft niet zozeer met Amsterdam te maken. Ook hier in deze stad hoor en lees je verschillende berichten, ook hier worden homoseksuelen lastiggevallen.

Bij de herdenking in de Nieuwe Kerk, voor de kranslegging, ben ik vanavond niet. Ik wacht buiten op de Dam. Ik had gekscherend gezegd dat ik wel om de hoek zou wachten, onder de luifel van de Bijenkorf.

Als het vanavond maar een beetje aardig weer is. Er is grote kans op storm en regen. Nu zullen de koning en ik niet zo snel wegwaaien, maar toch. Er is geen plan B, het gaat altijd door."

Kriebelen

"Ik vind het een grote eer om een jaar na hem, de koning, de toespraak op de Dam te houden. Dat doe je één keer in je leven. Een paar maanden geleden zei ik meteen 'ja'. Maar nu het zo dichtbij is, begint het te kriebelen. Het moet meteen goed en ernstig. Dat is best spannend, ook voor mij.

Ik ben vrij om te zeggen wat ik wil, uiteraard in samenspraak met het comité. Het luistert nauw. Je wilt het juiste zeggen, voor die plek en dat tijdstip, en je wilt vooral geen mensen beschadigen.

Het is geen cliché, het is waar: de vrijheid moet je koesteren, die is niet vanzelfsprekend. Ik ben van de eerste generatie die in zijn leven geen oorlog heeft meegemaakt en de welvaart heeft zien groeien. Het is een prachtige tijd om mee te maken, maar je moet er met z'n allen aan werken.

Of het zo blijft? Als ik tv kijk of kranten lees, twijfel ik daar weleens aan. Mensen komen te vaak en te snel tegenover elkaar te staan. Misschien dat ze daarom mij wel hebben gevraagd, ja. Er zullen best mensen zijn die me niet mogen, maar ik ervaar niet zo veel vijandigheid. Zeker de laatste jaren is die algehele waardering enorm gegroeid, dat maakt me wel verlegen."

"Deze toespraak past goed in deze fase van mijn leven. Ik ben geen komiek meer. Het is allemaal heel organisch gegaan. Oudere komieken hebben soms wat treurigs. Ik had lang genoeg met een alpinopet en korte broek op het toneel gelopen. Ik wilde de serieuzere kant op.

Toen kwam Joop van den Ende met het toneelstuk The Sunshine Boys. Van het een kwam het ander. Het geheime dagboek van Hendrik Groen. Ook de film. Nou ben ik daar eigenlijk niet zo van. Veel takes voor een paar shots. Ik ben toch meer van zoiets als de voordracht op de Dam. Je schrijft, je gaat erheen, je draagt voor.

Het is de eerste herdenking zonder Martin, mijn man. Dat klopt. Zoals veel de eerste keer is. Eerste kerst alleen, eerste verjaardag. Dat is bijzonder en verdrietig. Al zijn Martin en ik op 4 mei dus nooit samen op de Dam geweest. Sterker, het is dus ook míjn eerste keer daar."