Het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen gaat in juni volgend jaar voor zeven jaar dicht. Al lange tijd is er sprake van waterschade en asbest in het deels monumentale gebouw. Hoe kan een museum voor zo'n lange tijd sluiten en hoe gaat dat in zijn werk?

Overal asbest en kelders waar het water inloopt: de renovatie van Boijmans van Beuningen is na jaren schipperen onvermijdelijk geworden. De collectie van het Boijmans, die tot de top vijftig in de wereld behoort, is de afgelopen jaren in veiligheid gebracht in verschillende depots. Maar nu moet het museum toch echt helemaal dicht.

De enorme collectie van 151.000 objecten, met een geschatte waarde van 8 miljard euro, is de komende tijd op andere plekken te zien en komt in 2021 weer samen in een nieuw, modern depot naast het museum.

Het gebouw en de collectie zijn eigendom van de gemeente Rotterdam. Sluiting is inderdaad onvermijdelijk, zegt de Rotterdamse wethouder van Cultuur, Said Kasmi. "Het museum moet toekomstbestendig gemaakt worden voor de 21e eeuw. Een plek waar de Toren van Babel van Pieter Bruegel en het danseresje van Degas beter tot hun recht komen en waar meer bezoekers terechtkunnen", vertelt hij.

De renovatie gaat 223,5 miljoen euro kosten. "Het gebouw moet goed zijn", zegt zakelijk directeur van het museum Ina Klaassen. "De collectie is van ons allemaal, het zijn de schatten van de stad."

'Het is niet leuk om dicht gaan'

"Het komt wel vaker voor dat musea zo lang sluiten voor een renovatie", vertelt Bert van de Roemer, docent Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. "Het Rijksmuseum ging tien jaar dicht en het Stedelijk in Amsterdam ongeveer acht jaar. Dat is dus redelijk normaal. Ongetwijfeld zal het ook wat langer worden bij Boijmans."

Het oude, rijksmonumentale gedeelte van het pand uit 1935 gaat gerenoveerd worden. Wat er met het nieuwe gedeelte van het gebouw gaat gebeuren, is nog niet bekend. 

"Het is niet leuk om dicht te gaan, maar het biedt ook een kans om andere dingen te proberen in de tussentijd", vult Klaassen aan. Er komt een reizende tentoonstelling die de wereld overgaat en delen van de collectie (circa 450 werken) worden zichtbaar bij musea in de buurt, onder de noemer Boijmans bij de Buren

Er wordt ook over nagedacht om in het oude V&D-pand in Zuid een dependance te vestigen. 

'Spannend om alles in evenwicht te houden'

Hoe kan een museum het zich financieel veroorloven om zeven jaar dicht te gaan? "De inkomsten dalen enorm, maar we hebben ook minder kosten", vertelt Klaassen. "We betalen geen huur en een gedeelte van het personeel hebben we niet nodig tot de opening van het depot in 2021. Het is wel spannend om alles in evenwicht te houden."

De helft van de inkomsten van het museum is subsidie vanuit de gemeente Rotterdam. "Die subsidie gaat door, want het beheer van de collectie en het organiseren van andere activiteiten blijft." De andere helft van de inkomsten gaat omlaag. Dit zijn inkomsten vanuit de entrees, giften van particulieren en bedrijven en inkomsten uit fondsen.

Om internationaal te kunnen blijven meedoen, moet het aantal museumbezoekers gaan verdubbelen. Momenteel komen er zo'n 300.000 mensen per jaar. Dat moeten er 650.000 worden. Wethouder Kasmi: "Het nieuwe Boijmans moet zo worden dat het zich weer kan meten met de top: het Rijksmuseum in Amsterdam, het Prado in Madrid en het Museum of Modern Art in New York."

Nieuwbouw musea is meestal iconisch

De bouw van het nieuwe depot naast het museum is al begonnen. Het wordt een grote, spiegelende kom van zo'n 40 meter hoog, met bovenin een daktuin met restaurant. Zo'n bijzonder gebouw past in een trend, vertelt Van de Roemer.

"De nieuwbouw bij musea is de afgelopen tijd meestal iconisch. Kijk naar de badkuip van het Stedelijk Museum of naar het Guggenheim in Bilbao. Eerst waren het paleizen en kerken die architectonisch belangrijk waren. Nu zijn dat vaak musea: het zijn echte landmarks in de omgeving."

Het publiek kan straks de hele collectie zien in de spiegelende kom. In het huidige museum is maar 8 procent hiervan te bezichtigen. Het publiek kan ook renovaties van dichtbij bekijken.

Ook dit past in een trend, vertelt Van de Roemer. "De grens tussen werk en tentoonstelling wordt de laatste tijd vaker opgeheven. Vooral bij natuurhistorische musea, zoals Naturalis, zie je mensen vaak aan het werk. En De Nachtwacht in het Rijksmuseum gaat publiekelijk gerenoveerd worden. Musea willen laten zien dat ze aan het werk zijn."

Daarnaast willen musea ook meer open zijn over de keuzes die ze maken, vult Van de Roemer aan. "Dat is iets van de laatste dertig jaar. Musea zijn zich ervan bewust dat zij de keuzes maken over welke kunst zichtbaar is en welke niet. Door een depot open te gooien, kunnen ze laten zien dat er nog veel meer is en dat ze niet een neutraal instituut zijn. Ze willen steeds meer open en actief zijn en niet alleen maar een doorgeefluik."

Tot begin januari is de tentoonstelling 'De collectie als tijdmachine' nog te zien. Dit is ook de laatste kans om nog in het oude gedeelte rond te lopen. Tot eind mei zijn er nog een paar tentoonstellingen in de nieuwe gedeelten van het museum en in juni gaat het museum tenslotte helemaal dicht.