De meeste politieke partijen zorgen met de maatregelen uit hun verkiezingsprogramma's ondanks de coronacrisis voor meer koopkracht voor burgers, meldt het Centraal Planbureau (CPB) maandag. Het CPB heeft de plannen van tien partijen op hun eigen verzoek doorgerekend.

"Vrijwel alle partijen vergroten de overheidsuitgaven en geven een impuls aan de economie", concludeert het CPB.

Daarnaast ziet het planbureau dat "alle partijen de lasten voor bedrijven verhogen en dat de meeste partijen financiële lasten verschuiven naar toekomstige generaties".

Met name bij de linkse partijen houden mensen meer over in hun portemonnee. De plannen van de SP zorgen voor een koopkrachtstijging van 2 procent. De PvdA en D66 volgen met respectievelijk 1,8 en 1,2 procent.

Bij GroenLinks, DENK en 50PLUS stijgt de koopkracht met 0,9 procent. Bij de VVD en de ChristenUnie (0,6 procent) en bij het CDA (0,4 procent) vallen de toenames nog kleiner uit. Alleen bij de SGP gaat de koopkracht niet vooruit. Bij ongewijzigd beleid gaat het CPB overigens uit van een lichte daling.

Beeld per definitie incompleet

De meeste verkiezingsprogramma's zorgen voor een hogere economische groei. Die van de VVD, D66 en de PvdA scoren op dat vlak het hoogst, met een gemiddelde groei van 1,9 procent in de komende vier jaar.

De plannen van het CDA en de SP resulteren volgens het CPB in een groei van 1,7 procent. Die van de SGP en de ChristenUnie zorgen voor een groei van 1,5 procent, evenveel als bij voortzetting van het huidige beleid.

Hert CPB waarschuwde wel dat het beeld per definitie incompleet is, omdat sommige aspecten niet in geld uitgedrukt kunnen worden, de zogenoemde brede welvaart.

Het is één aspect van de beleidskeuzes en beslist geen stemwijzer, benadrukt het CPB.