In 1961 was Henk van der Griftde eerste Nederlandse schaatser sinds 1905 die de wereldtitel won. Hierdoor werd het schaatsen opeens enorm populair in Nederland en verrezen de eerste kunstijsbanen. De Nederlandse Sport Federatie moest die betalen: een kwart miljoen gulden.

Het Nederlandse schaatsen is pas de afgelopen decennia zo groot als we nu gewend zijn. Tot 1961 stelde het internationaal amper iets voor. Er werden amper centrale trainingen georganiseerd en daarom besloot Van der Grift naar Noorwegen te verhuizen om daar eerder op het ijs te kunnen staan. Het was dus puur zijn eigen initiatief om beter te worden, goed genoeg voor de internationale top. Alleen iemand met deze betrokkenheid kon doorbreken.

In 1961 kreeg Van der Grift zijn beloning met de wereldtitel. Hij slaagde er daardoor ook in het Nederlandse schaatsen een enorme impuls te geven. Vergeet u niet dat 1961 enkele jaren vóór de geboorte van Ard en Keessie was. Begin jaren zestig was er nog nergens in Nederland een kunstijsbaan.

Maar alles werd anders in 1961. Vanwege de enorme opleving van het Nederlandse schaatsen besloot de Nederlandse Sport Federatie in alle snelheid om de eerste kunstijsbaan aan te leggen. Vlak daarvoor was hierover nog een negatief besluit genomen door de Federatie.

Van der Grift kan er nu nog smakelijk over vertellen, zoals enkele weken geleden, toen ik hem sprak: “Jouw kampioenschap heeft ons 250.000 gulden gekost, zei een medewerker van de Nederlandse Sport Federatie tegen mij. Daardoor hebben we in alle haast besloten om in Amsterdam de Jaap Eden Baan aan te leggen. Niet veel later kwam ook in Deventer een baan.”

Op 22 december 1961 kreeg Nederland de Jaap Edenbaan. Schaatsers als Ard Schenk en Kees Verkerk zouden hier later de vruchten van plukken, omdat de trainingsmogelijkheden in eigen land hierdoor aanzienlijk werden verbeterd. De gouden eeuw van het Nederlandse schaatsen was begonnen, vooral dankzij de prestatie van Van der Grift.