CESANA PARIOL - De eerste keer moet je alles gewoon over je heen laten komen. De tweede keer moet je presteren. Ilse Broeders begint maandagavond in Cesana Pariol aan haar tweede Olympische Winterspelen. "Meedoen is niet meer genoeg", zegt de 28-jarige pilote over het verschil met vier jaar geleden.

De bobsleester heeft er zondagmiddag zes oefenafdalingen opzitten als ze zegt best een beetje trots te zijn. De 28-jarige medisch biologe vormt met Jeannette Pennings een combinatie. "En Kitty van Haperen hebben we twee jaar geleden bij ons team gehaald. Zij start maandag met Eline Jurg. We hebben ons werk goed gedaan", zegt ze tevreden.

Salt Lake City

Broeders was vier jaar geleden tiende op de Winterspelen in Salt Lake City. Vrouwenbobben debuteerde daar op het olympisch programma en het was eigenlijk niet meer dan een leuk spelletje. Broeders tekende vorig jaar op de Europese titelstrijd voor de enige Nederlandse bobmedaille ooit op een groot internationaal titeltoernooi. "Die bronzen plak geeft aan dat we op het hoogste niveau kunnen meedoen. We behoren niet echt tot de gevestigde orde, maar een uitschieter is mogelijk. Het veld heeft nog nooit zo dicht bij elkaar gezeten", kijkt ze vooruit naar de olympische wedstrijden.

Dat ze niet over het materiaal van de onaantastbare Duitse combinatie van Sandra Kiriasis beschikt, weet ze al geruime tijd. "Ik hoop alleen niet dat het verschil tussen haar en de rest enorm groot wordt." Broeders geldt als een stabiele pilote. Sturen is een serieus vak binnen de bobsport.

Remmers

De remmers zorgen bij de start voor de snelheid, daarna is het een kwestie van de ideale lijn in het ijskanaal vinden. Dat is het werk van Broeders, die in 1999 begon met remster Ineke Kleinhesselink en later Annemarie van Donselaar en Jeannette Pennings aan haar team toevoegde. De eerste twee zijn inmiddels gestopt, Pennings is haar vaste steun en toeverlaat. "We zijn in de loop der jaren een geoliede machine geworden. We weten precies wat we aan elkaar hebben."

Van Haperen

In de afgelopen jaren voegden de remsters Esmé Kamphuis en Kitty van Haperen zich bij haar team. Kamphuis debuteerde onlangs als pilote met de vijfde plaats in Altenberg in het wereldbekercircuit, Van Haperen sprintte Urta Rozenstruik op het laatste moment uit de olympische bob van Eline Jurg. "Ik zelf zal er over vier jaar in Vancouver niet meer bij zijn, maar we hebben het qua opleiding niet slecht gedaan."

Broeders weet nog niet of ze na Turijn doorgaat met sleeën op het hoogste niveau. Remster Pennings wil rond de zomer eindelijk klaar zijn met haar studie diergeneeskunde, zelf wil ze wel weer eens een tijdje in een andere wereld rondlopen. "Ik heb na Salt Lake City twee jaar gewerkt, uit financiële noodzaak. Het was echter niet te combineren met topsport. Het wordt wel tijd dat ik weer eens wat anders ga doen dan alleen bobben. Het is een kleine wereld en je wilt het ook wel eens ergens anders over hebben. Maar nog een jaartje bobben zou best wel kunnen gebeuren."

Een plaats bij de beste zes op de Winterspelen is haar doel de komende dagen. "De verschillen zijn tegenwoordig zo miniem. In een olympisch jaar geeft iedereen 110 procent. Ik heb stabiel gepresteerd dit seizoen, met alleen te weinig uitschieters. Het doel was hier te pieken. Met vier goede runs kan ik ver komen. De olympische baan heeft nog veel geheimpjes voor iedereen. Je moet hier heel rustig blijven. Dat is nu juist mijn kracht."