TURIJN - Het leed bij de Nederlandse schaatsers houdt aan. De crash van de achtervolgingsploeg van de mannen in de halve finale van de ploegachtervolging tegen Italië betekende in de Lingotto Oval donderdag een nieuw dieptepunt. "Goed waardeloos", schetste bondscoach Ab Krook de situatie.

Bekijk video: Modem/ Breedband


'We lagen op koers voor goud'

Het brons voor (in de "kleine" finale) Carl Verheijen, Sven Kramer en Mark Tuitert (Rintje Ritsma en Erben Wennemars kregen ook een medaille) vergoedde weinig. "Brons is brons", zei Krook. Maar wat het waard was? "We leken solide op schema te liggen", zei Krook. "Deze wedstrijd hadden we absoluut goud kunnen winnen. Dan is dit heel, heel vervelend."

Kemkers

Zondag was er de sensationele dubbelslag van Ireen Wüst en Renate Groenewold op de 3000 meter. Achteraf bleek coach Gerard Kemkers op dat moment zicht op de toekomst hebben gehad. "We krijgen hier ook nog wel met tegenslagen te maken", sprak hij. "Zo gaat dat nu eenmaal altijd in de sport. Die moeten we dan verwerken. Daartoe moet een topformatie ook in staat zijn."

Gretha Smit

Voorlopig is de stemming gekanteld. Eerst was daar de affaire Gretha Smit, die door de tegenvallende prestatie van Moniek Kleinsman op de 3 km haar startbewijs op de 5000 verloor. Daarna stopte Beorn Nijenhuis op de 500 meter wegens een defect aan zijn schaats. De diskwalificatie van Marianne Timmer, het afhaken van Kleinsman bij de ploegachtervolging, het "feest" kon niet op. Dan donderdag de val van de ploeg, nota bene wereldkampioen, ingeleid door Kramer.

Eén keer goud, voor Wüst. Twee keer zilver, voor Kramer en Groenewold. Het wrange is dat die aanvankelijk spraken van een teleurstelling, omdat ze op meer hadden gerekend. Dan is er ook nog Carl Verheijen. Hij verloor als het ware zijn eerste olympische (bronzen) medaille, omdat Fabris op de eerste dag in de slotronde van de 5000 meter sensationeel versnelde.

Blokje

Kramer ging in de ploegachtervolging onderuit. Hij trapte op een blokje en nam Verheijen in zijn val mee. Het was welhaast een wondertje dat geen van beiden geblesseerd waren. De ellende was van de gezichten van de drie, met verder Wennemars, af te lezen. Daar zou zelfs geen bronzen medaille meer tegen helpen, dat was toen al duidelijk.