AMSTERDAM - Shorttrack staat garant voor een overdosis aan spektakel. Zonder lef en behendigheid tel je niet mee. Nederland heeft drie shorttrackers naar Turijn gestuurd. Niels Kerstholt komt op de 1000 en 1500 meter uit, Cees Juffermans op de 500 en 1500 meter en Liesbeth Mau Asam op de 500, 1000 en 1500 meter. In de schaatstempel Torino Palavela jaagt het drietal op Olympisch succes.


Liesbeth Mau Asam, Niels Kerstholt en Cees Juffermans vertegenwoordigen Nederland bij het shorttrack

Juffermans

"De wedstrijden zijn verschrikkelijk vies en hard", zegt Cees Juffermans in Trouw. "Je ziet op de Spelen altijd valpartijen en diskwalificaties die je in andere jaren niet ziet. Ik moet ook meedoen aan dat gevecht. Stel dat ik straks derde lig in de halve finale dan neem ik liever het risico van een diskwalificatie dan me neer te leggen bij de B-finale."

Afstanden

Bij zowel mannen en vrouwen worden de afstanden 500, 1000 en 1500 meter verreden. Daarnaast rijden de vrouwen een 3000 en de mannen een 5000 meter lange aflossingsrace. Er wordt gestart met vier (500 meter) tot acht (3000 meter) rijders in de baan. In de individuele disciplines worden er eerst series afgewerkt, waarna de deelnemers in de kwartfinales terechtkomen.

Bij de aflossing gaan teams van vier schaatsers apart het ijs op, die de race als een soort tijdrit afwerken. Bij de ploegen- of landenwedstrijden lossen de rijders elkaar af door de teamgenoot een duw te geven. Het shorttracktoernooi wordt net als het kunstrijden georganiseerd in het Torino Palavela. De rijders dragen allemaal een helm, knie- en scheenbeschermers, een nekbeschermer en vaak nog snijvaste handschoenen en onderpakken.


Zonder lef en behendigheid geen Olympische glorie

Bochten

Shorttrack wordt verreden op een baan van 111,12 meter lang. De bochten worden gevormd door elk zeven blokken. Om te voorkomen dat één bocht te veel uitslijt, wordt de baan steeds één meter verplaatst. Ook wordt er gebruik gemaakt van gieters met water om steeds weer 'nieuw' ijs te vormen.

Schaatssoort

De schaatsen van de shorttrackers zijn anders dan op de lange baan: het ijzer van de linkerschaats staat meer naar buiten en onder de rechterschaats juist meer naar binnen. Hierdoor kan de schaatser zo schuin hangen dat hij met de hand het ijs raakt. Omdat dit weer extra wrijving veroorzaakt, wordt er nu op getraind dat zo min mogelijk te doen. Een ander verschil is dat bij het shorttrack meer dan twee rijders tegelijk rijden en niet ieder een eigen baan heeft. Door de volle en kleine baan ontstaan valpartijen, die zorgen voor een spectaculair wedstrijdverloop.


Bij zowel mannen en vrouwen worden de afstanden 500, 1000 en 1500 meter verreden

Historie

Een eeuw geleden bestonden er nog geen overdekte banen voor het schaatsen op de lange baan en daarom was er in die tijd nog niet zo'n groot verschil met shorttrack. Shorttrackbanen waren namelijk wél overdekt en daarom een goede manier om te trainen voor de lange baan. Toen shorttrack in 1992 op het olympische programma werd geplaatst, was het noodzakelijk voor de rijders om zich te specialiseren.

Op de Winterspelen van 1992 debuteerde shorttrack als olympisch onderdeel.

Agenda

Voor een volledig overzicht klik op het wedstrijdschema.