AMSTERDAM - Erben Wennemars en Marianne Timmer lijken het meest favoriet bij de Nederlandse supporters tijdens de Olympische Winterspelen in Turijn. Voor hen zullen de liefhebbers in ieder geval het hardst juichen, blijkt uit een steekproef onder 550 Nederlanders.

Blauw Research heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van Rexona, dat onder meer wilde weten wanneer Nederlanders de handen in de lucht steken en daarbij hard gaan brullen. Zeker 63 procent van de mensen zegt zich aan dergelijk gedrag op ongepaste momenten te ergeren. Misschien is dat wel de reden dat daarom 65 procent net zo lief alleen voor de tv juicht.

Dat doet de Nederlander overigens niet alleen, als het eigen land goed presteert, maar ook als de tegenstander fouten maakt. Het meest uitbundig - in tegenstelling tot het stereotiepe beeld van de nuchtere Fries - zijn de noorderlingen (39 procent Friesland, Groningen en Drente tegenover 31 tot 32 procent overige regio's).

Juichen

Dat spontaan gedrag niet altijd tot vreugde leidt, blijkt wel uit het gegeven dat ruim eenderde van de ondervraagden al juichend weleens iets uit iemands handen heeft geslagen. "Tijdens het juichen brak ik mijn hand omdat ik die tegen de bar aansloeg", reageerde een van de deelnemers aan de steekproef. Een op de tien kreeg ooit het schaamrood op de kaken, toen hij of zij per ongeluk voor de tegenstander juichte.