AMSTERDAM - De 'moeder aller wintersporten' is verdeeld in de onderdelen solorijden (dames en heren), paarrijden en ijsdansen. Het gloednieuwe schaatsstadion Palavela vormt de komende twee weken het kloppend hart van menig kunstschaatsfan.


Foto: La Presse | Al op de Olympische Spelen van 1908 in Londen, dus in de zomer, stond schoonrijden voor de eerste keer op het programma

Het kunstschaatsen is een jurysport. De jury waardeert de prestaties met de cijfers nul tot zes, met zes als hoogste score. Elk evenement van deze jurysport is verdeeld in twee gedeelten; de korte kür en de vrije (lange) kür. Het eerste, het korte programma met verplichte figuren, telt in de totaalscore mee voor 33,3 procent. De daarop volgende vrije oefening telt mee voor 66,7 procent.

Overigens komt in de individuele toernooien in tegenstelling tot de ijsdans en het paarrijden niet elke deelnemer toe aan het vrije programma. Alleen de eerste 24 mannen en vrouwen mogen hun toernooi vervolgen. Het oppervlak van de ijsvloer is 60 bij 30 meter.

Muziek

De deelnemers kiezen hun eigen muziek uit, met uitzondering van het korte programma bij het ijsdansen. Daar is de muziek vantevoren vastgesteld. Daartegenover staat dat de vrije kur van het ijsdansen het enige onderdeel is waarbij ook muziek met een vocaal element mag worden gebruikt. Bij de individuele toernooien komen dertig schaatsers op het ijs, twintig koppels nemen deel aan het paarrijden en bij het ijsdansen komen 24 teams in actie.


Foto: La Presse | Het oppervlak van de ijsvloer is 60 bij 30 meter

Historie

Rond de zestiende en zeventiende eeuw werd in Nederland de zogenaamde 'Dutch Roll' bedacht: het eerste simpele kunstje van het schoonrijden. Er was wel eerst een uitvinding voor nodig: ijzers onder de schaatsen in plaats van botten. Zo konden mooiere figuren worden gemaakt, waardoor de schaatser meer werd dan alleen maar een vervoersmiddel op koude dagen.

Al op de Olympische Spelen van 1908 in Londen, dus in de zomer, stond schoonrijden voor de eerste keer op het programma. Het voordeel was namelijk dat deze sport ook binnen kon worden beoefend. Op de eerste Winterspelen van 1924 werd er ook aan schoonrijden gedaan. Het was tevens het debuut van de legendarische Sonja Henie. Op deze Spelen eindigde ze nog als laatste, maar in 1928, 1932 en 1936 was ze onverslaanbaar.

Sjoukje Dijkstra

Sjoukje Dijkstra won in 1960 een zilveren medaille. Vier jaar later was ze de beste schoonrijdster. Ze is daarmee de enige Nederlandse wintersporter die buiten het hardrijden op de schaats een gouden medaille heeft gewonnen.

Agenda

Voor een volledig overzicht klik op het wedstrijdschema.