Het parcours van de 109e editie van de Tour de France biedt voor ieder wat wils. We bespreken in sneltreinvaart alle 21 etappes die de drieweekse rittenkoers telt. De totale afstand bedraagt 3.328 kilometer.

Er was een tijd dat de Tour de France-parcoursen een voorspelbaar koersverloop uitlokten. Eerst een proloog, vervolgens een handvol vlakke etappes, daarna een individuele tijdrit en dan pas (om de echte verschillen te maken) de eerste ritten door het hooggebergte. Daarna begon het peloton aan de overgangsetappes, waarna de volgende lading bergetappes voor de deur stond.

Was er dan nog steeds geen duidelijkheid over de eindwinnaar, dan gebeurde dat wel in de laatste individuele tijdrit. Die werd doorgaans daags voor de slotrit naar Parijs verreden.

Anno nu gaan de parcoursbouwers een stuk origineler te werk. Eindverantwoordelijke Thierry Gouvenou lijkt er ook dit jaar in geslaagd te zijn een aantrekkelijk traject uit te stippelen. Al zijn het uiteindelijk de renners die de koers maken.

Klassementsrenners kunnen zich niet verschuilen

De Tour de France startte in Kopenhagen en werd al op vrijdag in gang gezet. Zo kon er in het schema een reisdag worden toegevoegd om de verplaatsing van Denemarken naar Frankrijk mogelijk te maken.

In Denemarken stonden drie gevarieerde ritten op het programma: een openingstijdrit van 13,2 kilometer, een etappe waarin de wind vrij spel kon hebben en een rit waarin de sprinters aan zet waren.

Na een reisdag gaat de Tour de France dinsdag verder in Frankrijk. De zogeheten puncheurs (renners die goed uit de voeten kunnen in de heuvels) krijgen een rit voor de wielen die hen op het lijf geschreven is. Woensdag volgt de etappe die de meeste klassementsrenners zal doen sidderen: het peloton dendert dan circa 20 kilometer over kasseien.

De zesde etappe eindigt na een heuvelachtige slotfase in Longwy nadat de renners onderweg België hebben doorkruist. Het is opnieuw geen rit voor de spurters en de dag daarna is dat al helemaal niet het geval. Op vrijdag 8 juli moeten de klassementsrenners met de billen bloot, wanneer de aankomst op La Super Planche des Belles Filles ligt, waar Tadej Pogacar in 2020 Primoz Roglic uit de gele trui reed.

Na een Zwitsers uitstapje (met een lastige aankomst in Lausanne) eindigt de eerste fase van de Tour op zondag 10 juli met een bergrit naar Châtel, al ligt de aankomst niet bergop en worden grote verschillen niet verwacht.

Primoz Roglic werd in 2020 op de Planche des Belles Filles uit de gele trui gereden.

Primoz Roglic werd in 2020 op de Planche des Belles Filles uit de gele trui gereden.
Primoz Roglic werd in 2020 op de Planche des Belles Filles uit de gele trui gereden.
Foto: ANP

Alpe d'Huez keert terug in Tour de France

Het tweede deel van de Tour wordt ingezet met een relatief korte etappe (148,1 kilometer) in de Alpen. Na een lange, maar niet al te zware klim is de meet getrokken in Megève. Daags erna zullen er ongetwijfeld grote verschillen ontstaan, wanneer de renners te maken krijgen met onder meer de Galibier en Granon, waar de finish op 2.400 meter hoogte ligt.

De coureurs krijgen niet de kans om langdurig te herstellen, aangezien de volgende rit 4.750 hoogtemeters telt en eindigt met de mythische klim naar Alpe d'Huez. Deze etappe wordt verreden op de Franse feestdag.

Daarna volgen tot de volgende rustdag drie heel verschillende etappes. De dertiende rit lijkt een kolfje naar de hand voor avonturiers: het gaat de hele dag op en af richting Saint-Étienne, zonder dat er zware cols moeten worden beklommen.

Op zaterdag 16 juli eindigt de veertiende etappe met een venijnige klim naar Mende op een sowieso zwaar parcours. De dag daarna krijgen sprinters misschien weer de kans, aangezien het traject richting aankomstplaats Carcassonne vlak oogt.

De rit naar Alpe d'Huez staat garant voor spektakel.

De rit naar Alpe d'Huez staat garant voor spektakel.
De rit naar Alpe d'Huez staat garant voor spektakel.
Foto: Getty Images

Valt de beslissing pas in de laatste tijdrit?

De laatste week begint met een trilogie door de Pyreneeën, waarvan het eerste deel de renners naar Foix leidt, een aankomst na een lange afdaling. De etappe lijkt een opwarmer voor de rit naar Peyragudes van woensdag 20 juli. De slotklim telt 8 kilometer en mag gerust loodzwaar worden genoemd met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,8.

De klimgeiten kunnen daarna nog eenmaal vol aan de bak: op 21 juli eindigt de achttiende etappe na een klassieke Pyreneeën-etappe op de Hautacam. Daarna krijgen sprinters of vluchters de kans met de rit naar Cahors, waarna zaterdag de mogelijk cruciale tijdrit van 40,7 kilometer op het programma staat. Het parcours gaat over bochtige wegen en is nagenoeg vlak, op twee klimmetjes in de slotfase na.

Op 24 juli eindigt de Tour met de klassieke slotrit naar Parijs. Normaal gesproken nemen de sprinters het dan nog eenmaal tegen elkaar op, waarna de winnaars zullen worden gehuldigd.