De beslissing in de zeer spannende Tour de France valt boven de 2.000 meter. Naast het klimwerk zal de hoogte vanaf donderdag een doorslaggevende rol spelen in het loodzware drieluik in de Alpen, en dat kan weleens in het voordeel van Steven Kruijswijk zijn.

Kruijswijk kent elk stukje asfalt van de slotklim van vrijdag naar Tignes. De nummer drie van het Tour-klassement trok vorige maand - na het Critérium du Dauphiné, waarin hij in de achtste etappe ziekig afstapte - tien dagen naar het Franse wintersportoord voor zijn derde hoogtestage van 2019.

"De klim naar Tignes ben ik wel acht keer op gereden, dus daar zullen geen verrassingen meer voor me zijn", zegt Kruijswijk met een glimlach. "De andere Alpen-ritten hebben we één keer verkend, maar dat is wel genoeg voor mij."

De 32-jarige Brabander leefde en trainde eerder dit jaar in de Sierra Nevada en op Tenerife ook voor langere periodes boven de 2.000 meter, de barrière die de komende drie dagen in de Alpen op liefst zes cols wordt geslecht.

"Boven de 2.000 meter kom je wat eerder aan je limiet", legt Kruijswijk uit. "Je denkt dat je harder kan, maar het zuurstofgebrek zorgt ervoor dat je eerder tegen een muur aan loopt. Je moet je inspanning dus wat meer doseren, want herstellen op zo'n hoogte gaat moeilijk. Daar moet je op trainen en gewend aan raken."

De kopman van Jumbo-Visma komt uit Nuenen (17 meter boven NAP), maar voelt zich thuis in de ijle lucht. "Ik denk dat koersen op grote hoogte wel bij mij past. Ik ben goed in lang een hoog tempo vasthouden, zoals vorige week op de Tourmalet."

'De hoogte gaat zeker van invloed zijn'

Tour-directeur Christian Prudhomme stond eind oktober op een podium in Parijs voor de presentatie van het parcours van de 106e Ronde van Frankrijk. "Dit is de hoogste Tour in de geschiedenis", zei hij trots.

Met drie aankomsten bergop boven de 2.000 meter - in de Pyreneeën op de Tourmalet (2.115 meter) en de komende dagen in Tignes (2.113 meter) en Val Thorens (2.365 meter) - begeeft de Tour zich dit jaar op onbekend terrein.

De organisatie stuurt het peloton bovendien donderdag over de Col de Vars (2.109 meter), de Col d'Izoard (2.360 meter) en de Col du Galibier (2.642 meter) en vrijdag over de Col d'Iseran (met 2.770 meter de hoogste geasfalteerde pas van Frankrijk).

"De hoogte gaat zeker van invloed zijn", stelt George Bennett, de meesterknecht van Kruijswijk bij Jumbo-Visma. "Het is niet zo dat je meer afziet boven de 2.000 meter, het gaat alleen wat minder hard doordat er minder zuurstof is. En je moet iets conservatiever koersen, omdat het risico bestaat dat je je helemaal opblaast."

'Opgroeien op hoogte geeft een voordeel'

Op 2.000 meter hoogte is de luchtdruk ongeveer 20 procent lager dan op zeeniveau, waardoor er minder zuurstof beschikbaar is. Het lichaam compenseert dat met onder meer een hogere hartslag en een snellere ademhaling, maar de maximale zuurstofopname (VO2max) van een renner - een belangrijke indicatie voor uithoudingsvermogen - wordt onherroepelijk minder.

"Het kan per individu wel flink verschillen hoeveel de VO2max afneemt", zegt Hendrik Werner, bewegingswetenschapper en bij Team Sunweb trainer van onder anderen Tom Dumoulin en Wilco Kelderman. "Als je bent opgegroeid op hoogte - dan denk ik aan Colombianen als Egan Bernal - ben je normaal gezien in het voordeel."

Werner denkt dat het loodzware parcours in de Alpen - in drie dagen moeten de renners 13.593 hoogtemeters bedwingen, zo'n beetje anderhalf keer de Mount Everest - ook zeer geschikt is voor het 'type renner Kruijswijk'.

"Kruijswijk is niet iemand met een explosieve versnelling in de benen en daarom is koersen boven de 2.000 meter wel goed voor hem. Op die hoogte hebben renners zoals Julian Alaphilippe namelijk minder voordeel van hun explosiviteit. Hun turbo werkt minder goed en dus zullen ze wat voorzichtiger moeten zijn."

'Heel bijzonder wat er met je lichaam gebeurt'

Volgens Werner zal de hoogte een cruciale rol spelen in de strijd om de gele trui. "Je kunt op deze hoogte heel makkelijk heel veel tijd verliezen. Het belangrijkst is dat je als renner ervaring hebt met op hoogte zijn en koersen. Je moet al een keer hebben meegemaakt wat er met je lichaam gebeurt, want het is gewoon een heel bijzonder gevoel."

Het drieluik in de Alpen start donderdag met een 208 kilometer lange etappe van Embrun naar Valloire. Vanaf de top van de Galibier, de laatste klim van de dag, is het nog 19 kilometer afdalen naar de streep. De start is om 11.25 uur en de finish wordt tussen 17.00 uur en 17.40 uur verwacht.