MONTPELLIER - Beter dan gedacht verschijnt nationaal kampioen tijdrijden Stef Clement zaterdag in Albi aan de start van de eerste lange tijdrit (54 km) in de Ronde van Frankrijk. De wielrenner van Bouygues Telecom is tevreden als hij bij de beste twintig eindigt.

Clement voelde zich deze Tour nog niet zo sterk. Zijn bloed bleek niet helemaal in orde, met hulp van medicijnen werd zijn ijzergehalte en hemoglobinepeil verhoogd. "Ik voel me nu een stuk beter dan een week terug", zei de Bredanaar vrijdag voor de start van de twaalfde etappe. "Als ik vandaag goed doorkom, hoop ik morgen met goede benen de tijdrit in te gaan."

Clement kiest zaterdag voor een fiets met een dicht achterwiel en een verhoogde velg in het voorwiel. "Dat is om zo weinig mogelijk spaken te hebben. Spaken zijn zowel veren als remmen. Hoe minder ik veer, hoe beter het is. Een dicht achterwiel is superstijf, dat is in het voordeel. De velg aan de voorkant is hoger, waardoor de spaken korter zijn. Ook dat maakt het wiel stijver, wat de prestatie bevordert."

Martelgang

De 'buizen' van de tijdritfiets zijn plat in plaats van rond. Dat is aerodynamischer. "Maar comfortabel is zo'n fiets niet", weet de 24-jarige renner. "Als je hier dik 50 kilometer op rijdt, is het op het laatst een martelgang. Er zit ook een ander, kleiner en dunner zadel op. Alles om het maar zo fijn en dun mogelijk te maken."

Uithoudingsvermogen

Clement is een typische tijdrijder en dus een man met uithoudingsvermogen. Wielrenners kunnen aan de hartslag en het geleverde wattage afmeten welk type ze zijn. "Een sprinter kan binnen 20 seconden op zijn maximale hartslag zitten, zij leveren dan wel meer dan 2000 watt. Heel explosief. Als ik morgen in de tijdrit over 50 kilometer gemiddeld 400 watt lever, heb ik het heel goed gedaan."