De kans is groot dat we na de tweede etappe van de Tour de France een nieuwe geletruidrager hebben. In de 187 kilometer lange rit met start en aankomst in Nice wordt op zondag 28 juni al direct twee keer flink geklommen.

Het is een unicum - of zoals de Fransen schrijven: une grande première - dat er al in de tweede etappe twee cols met een minimale hoogte van 1.500 meter worden beklommen. De top van de eerste, de Col de la Colmiane, ligt al na 63 kilometer. Met een gemiddelde stijging van 6,3 procent moet deze klim voor veel renners nog te doen zijn.

Vervolgens wordt koers gezet naar de Col de la Turini, waarvan de top 1.607 meter hoog is. De 14,9 kilometer lange klim heeft een gemiddelde stijging van 7,4 procent. De top ligt op ruim 90 kilometer van de streep.

Het peloton is daarna nog niet helemaal klaar met klimmen, want met de venijnige Col d'Èze wacht er na 157 kilometer koers nog een derde hobbel. De klim is met een lengte van 7,8 kilometer niet lang, maar kan er na de eerste twee beklimmingen aardig in hakken.

Op 9 kilometer van de meet ligt nog een laatste hobbeltje, waarna het in de slotkilometer nog één keer lichtjes omhooggaat. De winnaar van deze etappe krijgt zo goed als zeker ook de gele trui omgehangen.