Steven Kruijswijk was woensdag in de vijfde etappe van de Tour de France de voorlaatste renner die nog in dezelfde tijd als winnaar Peter Sagan werd geklasseerd. De Brabander, die dinsdag nog twee keer viel, was blij dat hij de listige rit zonder schade doorkwam.

"Het was niet helemaal uit vrije wil dat ik achteraan het voorste groepje zat", zei Kruijswijk, die als 37e over de streep kwam in Quimper, met een glimlach. "Maar goed, ik ben niet naar de Tour gekomen voor dit soort aankomsten. Dit zijn dagen die ik door moet komen."

De kopman van Lotto-Jumbo, die nog wat schrammen op vooral zijn armen heeft door de valpartijen van dinsdag, voelde zich goed in de eerste heuvelachtige etappe van deze Ronde van Frankrijk.

"Ik kon makkelijk opschuiven op de klimmetjes. Op de top zat ik steeds vooraan, dat is een goed teken. Maar in de afdalingen kwam ik dan in een soort wasmachine terecht. En dan rijd ik toch liever wat meer op safe, zeker na wat er gisteren gebeurd is."

Kruijswijk begon dan ook pas ergens rond de vijftigste positie aan de laatste kilometer, die gemiddeld 4,8 procent omhoog ging. "Op weg naar het slotklimmetje reden we in een afdaling 70 of 75 kilometer per uur, dus ik hield wat afstand tot mijn voorganger. Maar daardoor schoten er direct weer drie man voorbij die dachten: hé, een gaatje."

"Ik heb toen maar besloten om iets harder te gaan sprinten op het klimmetje. Ik kies liever voor de veilige weg dan dat ik alles ga wagen in dit sprintgeweld. Het is voor mij in deze eerste week zaak om in dezelfde tijd als mijn concurrenten en zonder kleerscheuren binnen te komen. Dat is vandaag weer gelukt."

Slopende dag

Kruijswijk kijkt uit naar volgende week dinsdag, wanneer de renners na de eerste rustdag in de Alpen de eerste bergetappe voor de wielen krijgen. "Mijn eerste weken in grote rondes worden steeds beter, maar die bergritten zijn mijn doel deze Tour."

Daarom vond de klimmer het wel prettig dat het woensdag al wat meer op en af ging. "Het was een slopende dag, maar uiteindelijk ook wel een lekkere dag, omdat we al een beetje bergop reden. Het waren nog korte klimmetjes, maar voor mij is dat wel goed om er een beetje in te komen."

"En ik denk dat dit soort ritten het peloton ook wel vermoeid kan maken, en dat is hopelijk in mijn voordeel verderop in de Tour."

Kruijswijk mag donderdag weer een beetje klimmen, want in de finale moeten de renners twee keer de Mûr-de-Bretagne op, een klim van twee kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,9. De finish ligt ook op de top van de col van derde categorie.