Eenzame vluchter Bodnar dacht even dat hij peloton kon foppen in Pau

Maciej Bodnar kwam woensdag verrassend dicht bij een grote stunt in de Tour de France. De 32-jarige Pool reed praktisch de hele elfde rit op kop, maar met nog 242 meter gaan moest hij capituleren voor de aanstormende meute.

"Ik was er zo dichtbij", zei Bodnar na de finish in Pau. "Als mijn voorsprong tien seconden groter was geweest, dan had ik het gered."

De renner van Bora-Hansgrohe vertrok woensdag bij kilometer nul samen met de Italiaan Marco Marcato en de Belg Frederik Backaert uit het peloton.

Met nog 28 van de in totaal 203,5 kilometer te gaan en een voorsprong van zo'n veertig seconden liet Bodnar zijn medevluchters achter zich. Het leek een kansloze solo, maar de tijdrijder hield knap stand tegen de sprintersploegen.

"Ik had heel goede benen vandaag. In de laatste tien kilometer vertraagde ik iets door de wind, maar ik had toch nog steeds een marge op het peloton. Met nog twee kilometer te gaan was ik nog steeds niet bijgehaald en begon ik te denken dat ik de ritzege kon pakken, maar de laatste vierhonderd meter waren te zwaar voor me."

Nagelbijten

Bodnar werd in extremis overvleugeld door de sprinters, waarna Marcel Kittel zijn vijfde etappezege boekte door Dylan Groenewegen voor te blijven.

Dat maakte het positieve gevoel niet minder bij Bora-Hansgrohe, dat met de diskwalificatie van Peter Sagan en het uitvallen van kopman Rafal Majka tot nu toe een lastige Tour kent.

"De laatste tien kilometer was het nagelbijten", stelde ploegleider Patxi Vila. "Er waren momenten waarop ik dacht dat 'Bodi' het ging redden, en op andere momenten dacht ik dat het kansloos was."

"Maar om pas in de laatste 250 meter te worden teruggepakt na een vlucht van ruim tweehonderd kilometer is een geweldige prestatie op zichzelf. De start van onze Tour was lastig, maar de stemming in het team is nog steeds goed en we geven niet op."

Lees meer over:
Tip de redactie