Richie Porte hoopt dit jaar nog te kunnen fietsen. De kopman van BMC crashte zondag tijdens de negende etappe van de Tour de France en liep daarbij een gebroken sleutelbeen en een bekkenbreuk op.

De Australiër ligt in het ziekenhuis van Chambéry, nadat hij in de afdaling van de Mont du Chat onderuit smakte en vol tegen een stenen wand aan knalde.

"Ik denk dat het een flinke tijd zal duren voor ik weer op mijn fiets zit", zei de Australiër maandag. "Ik ben niet bewusteloos geraakt, ik herinner me alles. Nadat ik de crash had teruggezien, besefte ik dat ik nog goed weg ben gekomen met deze blessures."

Een operatie is vooralsnog niet nodig. De medische staf van BMC verwacht dat Porte over een maand weer voorzichtig de training kan hervatten. "Maar ik ga eerst goed herstellen, er is geen haast bij. Hopelijk kan ik het BMC-shirt aan het einde van het seizoen weer aantrekken."

Porte gold als een van de kanshebbers op de eindzege in de Tour de France. In het algemeen klassement stond de renner van BMC op de vijfde plaats, 39 seconden achter leider Chris Froome. Vorige maand eindigde Porte nog als tweede in het Criterium du Dauphiné.

Behalve Porte moesten ook Robert Gesink en Geraint Thomas de Tour verlaten. Beide renners kwamen ten val in de negende etappe. Gesink liep een breuk in zijn wervelkolom op en Thomas hield volgens de Tourorganisatie een gebroken sleutelbeen over aan zijn valpartij.