JOIGNY - Wielerland Nederland moet nog even geduld hebben, er zit niets anders op. De tijden van Jean-Paul van Poppel en Jeroen Blijlevens zijn al lang vervlogen, maar een opvolger die zich in de Ronde van Frankrijk in de sprints kan mengen, is nog niet in zicht.

Een Australiër (McEwen), een Belg (Steegmans) en een Noor (Hushovd) wonnen deze week de traditionele massaspurts in de Tour. Geen betere manier om ritzeges binnen te halen dan een topsprinter in de gelederen te hebben.

Maar het opleiden van de nieuwe Van Poppel is niet zo maar gedaan en bovendien moet het talent voorradig zijn.

Geboren

"Sprinters worden niet gemaakt, maar geboren", meent Theo de Rooij. De directeur van de Rabobankploeg is ervan overtuigd dat er de afgelopen jaren geen toptalent verloren is gegaan door een gebrek aan scouting of opleiding.

"Er zijn genoeg vlakke wedstrijden in Nederland, iemand die goed kan sprinten, gaat vanzelf winnen en dus opvallen."

Allround

Jean-Paul van Poppel, goed voor negen etappezeges in de Tour, kan zich nog herinneren dat in zijn amateurtijd bij hem het sprinterstalent er niet vanaf spatte. "Ik kon behoorlijk tijdrijden en was redelijk allround", zegt de huidige ploegleider van de vrouwenploeg Team Flexpoint.

"Pas toen ik bij de profs ging rijden, kwam het eruit. Ik deed meteen met de grote jongens mee, ik denk niet dat dat tegenwoordig nog kan. De uitzonderingen daargelaten, want die Cavendish, dat is me er eentje. Hou die maar in de gaten."

Blijlevens

Jeroen Blijlevens, viervoudig winnaar in de Ronde van Frankrijk, hoorde dat Cavendish door de dokters werd afgeschreven omdat zijn inhoud onvoldoende zou zijn. "Dat zijn van die inspanningstests, waarin sprinters altijd slechter scoren.

Daar kijken ze of je het in je hebt een grote ronde te overleven. De scores in die tests zijn in het nadeel van de sprinters. Cavendish werd afgeschreven, maar hij won dit seizoen al wel meteen veel wedstrijden. Dat was in mijn tijd ook zo: Ik was laatste in zo'n test, maar won wel als eerste een koers."

Selecteren

Volgens 'Jerommeke' kijken de ploegen bij het selecteren te veel naar klimmers en ronderenners. De Rooij herkent deze kritiek niet. "Wij selecteren niet op inhoud, maar op uitslagen.

Net alsof wij de laatste jaren zo veel klimmers hebben gehad in Nederland. De afgelopen seizoenen wonnen we twee keer het Circuit de Montanes met Mollema en Gesink. Dat is ook een momentopname, dat er opeens weer klimtalent aankomt."

Opleiden

Van Poppel vindt dat het echt opleiden van sprinters geen mogelijkheid is. "Kijk naar Blijlevens en mij, wij waren in de jeugd geen uitgesproken sprinters. Pure spurters bij de junioren redden het doorgaans juist niet om prof te worden."

De opzet van de ProTour, het elitecircuit voor de beste teams, werkt volgens Blijlevens, Van Poppel en De Rooij niet in het voordeel van sprinters.

"Het accent ligt op de zware rittenkoersen", weet De Rooij. "De ploegen zijn verplicht al die zware wedstrijden te rijden", aldus Blijlevens. "In mijn tijd kon ik nog heel veel kleine etappekoersjes rijden. Dat kan niet meer."

Publiciteit

Toch zou Blijlevens het wel weten, als ploegleider. Hij zou inzetten op de sprints. "Met een sprinter haal je veel gemakkelijker publiciteit.

De Raboploeg zet in op Denis Mentsjov voor het klassement. Oscar Freire heeft maar een of twee mensen. Ik ben ervan overtuigd dat hij veel meer wint als hij beter wordt afgezet door zijn ploegmaats."

Luxe

De Rooij zou willen dat het zo eenvoudig lag. "Twee of drie sprinters in je ploeg, dat is natuurlijk ongekende luxe.

Echte sprinters, die zich van klimmers onderscheiden door hun kortere spiervezels, liggen volgens De Rooij niet voor het oprapen. "Zo'n grote wielerpopulatie hebben we niet. Er is maar één oplossing: Geduld hebben."