COMPIEGNE - Ze hebben dezelfde ouders, ze zijn in dezelfde Ronde van Frankrijk, maar hebben een totaal ander bestaan in de Tour. Twan Graat (35) is vrachtwagenchauffeur bij de opbouwers van de finishstraat. Hij slaapt in zijn truck. John Graat (37) is journalist van dagblad Trouw. Hij slaapt in een hotel.

"Toch denk ik dat ik beter lig dan menig ander in een hotelbed", zegt Twan anderhalf uur voor de finish van de derde etappe naar Compiègne. De broers uit Handel, een klein dorp in Oost-Brabant, komen elkaar zelden tegen in de Tour. Terwijl ze meestal binnen 500 meter van elkaar hun werk doen.

De schema's lopen te zeer uiteen. "Ik begin 's ochtends om half vijf, vijf uur bij de finish op te bouwen", zegt Twan. Na een paar gesmeerde broodjes, een douche en een briefing volgt tussen de middag het warm eten, op de parkeerplaats tussen de vrachtwagens. "Daarna gaan we slapen." Dat gebeurt in de cabines van de trucks, die achter de stoelen allemaal een stapelbed hebben.

Broer John arriveert op dat moment meestal bij de finish. Hij ontwaakt om een uur of half acht, gaat na het hardlopen ontbijten en begint de dag bij de start. "Daar spreek ik renners en andere mensen met wie ik een verhaal kan maken. Bij de finish volg ik de etappe in de perszaal terwijl ik een eerste verhaal tik."

Afbreken

Eén ding hebben de twee wel gemeen: Na de finish is het hard werken. Twan jaagt met zijn collega's zo snel mogelijk de journalisten uit de portcabins die hij heeft opgebouwd. "Die gaan we dan gelijk afbreken." John wacht een paar honderd meter verder achter de finish de renners op en hoopt wat reacties te kunnen vergaren om een tweede verhaal mee te maken.

's Avonds probeert John om een uurtje of half tien in een restaurant nog iets te eten te krijgen, terwijl Twan achter het stuur van zijn vrachtwagen alweer op weg is naar de volgende finishplaats. Als hij daar rond middernacht arriveert, is er nog net genoeg tijd voor een biertje. Daarna duikt hij in zijn bed in de truck voor een paar uurtjes slaap.

Jetlag

Elkaars werk zouden ze niet kunnen doen. "Absoluut niet", zegt John. "Ik zou geen truck kunnen besturen, ik zou het niet eens durven." Twan beheerst naar eigen zeggen de kunst niet om een verhaal te maken. Wat wel weer overeenkomt: Allebei zijn ze kapot tegen de tijd dat de Tour voorbij is. John mentaal ("het sloopt je, in de laatste week is de koffer met woorden wel ongeveer leeg") en Twan fysiek ("Ik heb dan een soort jetlag"). Wat beide broers doen in de dagen na de Tour? "Slapen."