Talpa-directeur Paul Römer merkt zelf niets van een angstcultuur binnen het bedrijf van John de Mol. Hij vertelt in het NPO Radio 1-programma Spraakmakers dat er wel hiërarchie nodig is in de productie van een programma als The voice of Holland.

The Voice ligt momenteel onder vuur, omdat in een uitzending van BOOS meerdere mannen werkzaam bij de talentenjacht worden beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat vrouwen de incidenten destijds niet hebben gemeld, wordt in verband gebracht met een mogelijke angstcultuur bij Talpa, dat jarenlang verantwoordelijk was voor de productie.

"Ik herken helemaal niets van een angstcultuur, maar ik ben zelf directeur", zegt Römer. "Wat ik wel herken, is wat ik bijna een gezagscultuur zou noemen. Als je als buitenstaander, als talent of deelnemer, in zo'n studio-omgeving komt, is alles natuurlijk overweldigend."

Römer vindt dat de productie van een show als The Voice wel hiërarchisch moet zijn. "Er werken 120 à 150 man voor zo'n show, die allemaal op hetzelfde moment klaar moeten zijn voor opname. Dat is een militaire operatie. Dat kan niet anders."

De Talpa-directeur is van mening dat er in zijn bedrijf goed moet worden nagegaan hoe het mogelijk is dat zoveel vrouwen last hebben gehad van ongepast gedrag en dit niet hebben gemeld. Hij wil ervoor zorgen dat een situatie als bij The Voice nooit meer kan ontstaan. Er komt een onderzoek naar hoe de werknemers de cultuur van het bedrijf beleven. Op basis daarvan zal worden bepaald welke veranderingen nodig zijn.