In Pakistan werd zondag voor de vierde opeenvolgende dag tegen de karikaturen van de profeet Mohammed geprotesteerd. In verschillende steden werden Franse vlaggen en poppen die de president van Frankrijk moesten voorstellen in brand gestoken. 

Het grootste protest, met meer dan tienduizend aanhangers van de groep Jamaat-ud-Dawa, vond plaats in de oostelijke stad Lahore. Leider Hafiz Mohammed Saeed van Jamaat-ud-Dawa riep moslimleiders op de Verenigde Naties te overreden iedere vorm van godslastering tot een internationaal misdrijf te verklaren.

"Als de Verenigde Naties hier geen gevolg aan geven, moeten de moslimstaten een eigen Verenigde Naties oprichten", zei hij. 

Een kleine groep demonstranten verzamelde zich voor de persclub in Lahore om eer te bewijzen aan de broers Said en Chéri Kouachi, de daders van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo

In Karachi waren honderden mensen op de been. Een deel van hen probeerde op te trekken naar het Franse consulaat in de stad, maar werd door de politie tegengehouden. 

In de noordwestelijke stad Peshawar protesteerden ook tientallen christenen tegen het afdrukken van de Mohammed-cartoons. Zij staken een Franse vlag in brand en eisten een verbod op het tijdschrift. 

Veel moslims hebben de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo veroordeeld, maar voelen zich ook op hun ziel getrapt door het opnieuw afdrukken van een tekening die Mohammed moet voorstellen.

In het Afrikaanse land Niger vielen de afgelopen twee dagen tien doden bij demonstraties tegen de cartoons van Charlie Hebdo. Ook daar werden kerken en gebouwen in brand gestoken. De Franse ambassade riep haar burgers op binnen te blijven.