Novak Djokovic was trots nadat hij zich zaterdag voor de zevende keer in zijn loopbaan had verzekerd van de eerste plaats op de wereldranglijst aan het eind van een tennisjaar. Daarmee verbeterde hij het record van Pete Sampras.

"Ik ben trots en ontzettend blij", zei Djokovic na de primeur, die hij binnenhaalde door in de halve finales van het Masters-toernooi van Parijs te winnen van de Pool Hubert Hurkacz (3-6, 6-0 en 7-6 (5)). "Het is altijd mijn grote doel om aan het einde van het seizoen op de eerste plaats te staan."

"Het is waanzinnig om het voor de zevende keer te doen en mijn jeugdheld en rolmodel Sampras in te halen. Ik ben ontzettend dankbaar en gezegend om in deze positie te zitten. En wat een manier om dat te behalen, in zo'n spannende partij."

Djokovic moest diep gaan om af te rekenen met Hurkacz. Hij verloor de eerste set aan de Pool, maar herpakte zich en won de tweede set zonder ook maar een game af te staan. De derde en beslissende set draaide uit op een tiebreak, die Djokovic met veel pijn en moeite won.

In 2011 sloot Djokovic voor het eerst het jaar af als de nummer één op de wereldranglijst. Vervolgens deed hij dat dunnetjes over in 2012, 2014, 2015, 2018 en 2020. Sampras was van 1993 tot en met 1998 telkens aan het einde van het jaar de mondiale nummer één.

Het record voor Djokovic volgt in het jaar waarin hij ook het recordaantal Grand Slam-titels evenaarde. Na zijn zege op Wimbledon staat de Serviër op twintig majortitels, evenveel als Roger Federer en Rafael Nadal. Zondag speelt hij de finale van het Masters-toernooi in Parijs tegen Daniil Medvedev, die in september in US Open-finale Djokovic nog van een historische 21e Grand Slam-titel afhield.