Het Amerikaanse mannentennis heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Voor het eerst sinds de invoering van de ATP-ranglijst in 1973 staat er maandag geen enkele speler uit de Verenigde Staten in de top dertig.

Taylor Fritz zakt op de nieuwe ranglijst naar de 31e plaats. John Isner, net als Fritz een dertiger, staat daar drie plaatsen onder. Reilly Opelka is de derde Amerikaan die in ieder geval nog bij de eerste vijftig staat.

Het Amerikaanse tennis kende met name in de jaren negentig gouden tijden toen achtereenvolgens Jim Courier, Pete Sampras en Andre Agassi de wereldranglijst aanvoerden. Veertienvoudig Grand Slam-winnaar Sampras hield het maar liefst 286 weken bovenaan vol.

Andy Roddick was begin deze eeuw de laatste Amerikaanse nummer één. Het servicekanon bekleedde de koppositie tussen november 2003 en februari 2004.

Daarna ging het langzaam bergafwaarts. In 2010 stond er voor het eerst sinds de invoering van de ATP-ranking geen speler uit de Verenigde Staten meer in de top tien, drie jaar later gold dat zelfs voor de top twintig.

Nederlandse tennissers ontbreken al een tijd in de top honderd van de wereldranglijst. Tallon Griekspoor maakt deze week wel een flinke sprong van de 143e naar de 130e plaats. Daarmee laat hij Botic van de Zandschulp (154e) en Robin Haase (206e) onder zich.