Twee sets lang liet Igor Sijsling zien waartoe hij in staat is tegen Tommy Robredo. Daarna vloeiden de krachten uit zijn lichaam en verloor hij alsnog in de tweede ronde van Roland Garros. Na drie uur spelen was het 6-7 (2), 4-6, 6-3, 6-1, 6-1.

Door Jasper Boks

"Ik baal als een stekker, deze nederlaag doet pijn. Ik heb twee sets zo goed gespeeld tegen een pure gravelspeler'', treurde Sijsling.

Robredo – vier maal kwartfinalist in Parijs - wist aanvankelijk niet waar hij het zoeken moest. De 25-jarige Nederlander had overal een antwoord op, maakte amper fouten en won zelfs het merendeel van de rally’s.

In de eerste set repareerde Sijsling, nummer 62 van de wereld, een break achterstand om daarna de tiebreak met liefst 7-2 te winnen. In de tweede set was één break voldoende, terwijl Sijsling geen moment in de problemen kwam tegen de nummer 34 van de wereld, in Parijs 32ste geplaatst.

Daarna was de pijp ineens helemaal leeg. De geslepen, 31-jarige Spanjaard – in 2006 nummer vijf van de wereld en vorige maand in Casablanca voor de tiende keer winnaar van een graveltoernooi op de ATP Tour - wist wel raad met de kansen die hij plotseling kreeg.

Fysiek sterker

Robredo: "Igor begon erg goed, hij heeft goede slagen en slaat hard. Hij was beter dan ik in het begin. Maar ja, ik weet ook dat je bij een Grand Slam-toernooi minstens drie sets sterk moet zijn. Toen hij de eerste set won, dacht ik: hij moet er nog wel twee zien te winnen."

"Toen hij de tweede set won, dacht ik: jammer, maar hij moet ook die laatste set nog zien te winnen. Zo stond ik erin. Het werd een lange wedstrijd en ik kreeg uiteindelijk toch mijn kansen. Toen ik de derde set won zag ik dat hij moe werd en dat zag ik daarna elke keer als ik hem brak. Op het einde was ik beter dan hij, vooral fysiek was ik veel sterker. Ik leef nog en ik ben blij."

Vermoeidheid

Sijsling, bijgestaan door Joaquín Muñoz, de Spaanse coach die ooit werkte met een jeugdige Robredo: "Ik kon het niveau van de eerste twee sets niet meer vasthouden. Niet dat de wil om te vechten ontbrak, maar mijn spelniveau zakte en het ging pijn doen."

"Daar teert iemand als Robredo op, hij voelde dat en ging mij laten lopen. De ontspannenheid die ik eerst voelde in de derde set ging over in vermoeidheid. Ik speelde goed, maar fysiek kon ik het niet volhouden. Ik zocht in de partij nog een moment om nog een keer alles eruit te persen."

"Begin vijfde set kwam ik op 0-30 in de eerste game. Ik wist hem niet te breken, dat deed hij wel bij mij. Moest ik er weer achteraan. Ik kon niet dieper meer gaan, dit was het maximale wat ik in me had. Ik weet niet wat ik nog anders had moeten doen. Misschien was het ook mentaal, moet ik wennen aan dit soort pijn, wat ik voelde vanaf de derde set. Ik denk altijd dat zo’n jongen geen pijn voelt. Maar aan het net zag ik aan zijn ogen dat hij ook diep moest gaan."

Vooral op fysiek vlak is er nog winst te boeken. "Vorige week was het ook heel zwaar (hij haalde de halve finale in Düsseldorf). Ik moet ervoor zorgen dat ik het langer volhoud in best-of-five wedstrijden. Dan is het zaak om vaak op een Grand Slam-toernooi te staan, zodat ik meer gewend raak aan dit soort potten."

Lange weg

Op de Australian Open, in de eerste ronde tegen Denis Istomin, had hij ook te maken met fysieke problemen in een best-of-five partij. "Ik heb nog een lange weg te gaan, maar ik heb begrepen dat iemand tot zijn 34ste alleen maar sterker wordt als het gaat om uithoudingsvermogen. Daar houd ik me maar aan vast."

Sijsling liet in de eerste ronde tegen oud-top-tien speler Jürgen Melzer en twee sets lang tegen Robredo zien dat hij niet voor niets op plaats 62 van de wereld staat – zijn hoogste ranking ooit – en dat hij de kwaliteiten heeft om nog veel verder te stijgen. "Ik heb niet vaak zo goed gespeeld als in het begin tegen Robredo. Dat geeft vertrouwen voor de komende toernooien. Met mijn coach heb ik het er na de wedstrijd ook over gehad. Mijn niveau is goed, ik kan goed tennissen. Dat moet ik meenemen."

Hij won voor het eerst een wedstrijd in Parijs. Leuk, maar het is niet iets om trots op te zijn. "Ik wil verder, dan kan ik niet tevreden zijn met één gewonnen wedstrijd op een Grand Slam-toernooi. Als ik een keer de vierde ronde of de kwartfinale op een Grand Slam-toernooi wil halen, dan moet ik door."