De Deense wetenschapper Henrik Schärfe komt niet alleen naar Amsterdam. Hij neemt een wel hele bijzondere gast mee op het podium: een robotische versie van hemzelf. De 'Geminoid' is op afstand te besturen en is bijna niet van een echt mens te onderscheiden.

Aangezien de Geminoid zo echt is, bedacht Schärfe een aantal experimenten. Wat betekent zo'n adroïde voor ons als mens?

De eerste conclusie, naar aanleiding van reacties op YouTube, is dat mensen op vijf verschillende manieren op de Geminoid reageren. Het gaat volgens Schärfe over science-fiction, robotica, politiek, religie en persoonlijke meningen. Maar interessanter zijn de experimenten van de onderzoeker zelf: zet de Geminoid in een huiskamer en mensen zetten spontaan bier voor zijn neus op tafel. “Dat komt omdat mensen deze robot als mens zien”, aldus de wetenschappers.

Zet je de Geminoid echter in een winkelruimte, dan gaan mensen hem als technologie zien. Dat is vreemd en Schärfe weet dan ook nog niet hoe dat komt. Het 'gemengde' concept van mens en technologie heeft er zeker een aandeel in.

Jonge geesten

Leuker is het effect van de robot op kinderen. “Jonge geesten weten niet wat er aan de hand is. Eerst zien ze de menselijke vorm, en vinden het grappig. Maar hun hersenen kunnen nog niet uitvogelen wat er precies aan de hand is. Dan vinden ze het opeens eng.”

Gebruik je de pop anders, bijvoorbeeld als speelgoed, dan is het allemaal “ok”. Door de Geminoid het commando te geven te slapen of wakker te worden, verdwijnt de angst. Volwassenen vinden dat dan weer erg “creepy”.

Schärfe geeft aan dat er maar beter nu met androïden geëxperimenteerd kan worden, dan later. “In de toekomst ga je zeker androïden zien. Ik voorzie alleen nog geen huwelijken”, grapt hij daar achteraan.

Naast een demonstratie met zijn robotische evenbeeld, gaf Schäfer de aanwezigen ook nog wijze raad mee. Voor de kinderen: “Robots are cool – stay in school”. En voor de rest: “Be sure to be – wherever you are”. En met de opmars van androïden in het achterhoofd geeft Schärfe met dat laatste tóch weer een “creepy” tintje aan het verhaal.