Zondag 14 augustus 2022 | Het laatste nieuws het eerst op NU.nl
Voyager 1

NASA's Voyager-ruimtesondes gaan langzaam met pensioen: zo verloopt hun reis

De ruimtesondes Voyager 1 en Voyager 2 begonnen in 1977 aan hun lange reis. Boven alle verwachtingen van NASA werken de verkenners nu nog steeds, maar langzaamaan worden verschillende instrumenten uitgeschakeld. Dat betekent dat de apparaten nog een paar jaar mee zullen gaan, daarna wordt het contact met de aarde verbroken en zweven ze geruisloos verder door de eindeloze ruimte.
Door Rutger Otto

Ze zouden eigenlijk maar vijf jaar na de lancering mee moeten gaan, maar Voyager 1 en 2 blijven maar nieuwe resultaten afleveren. "Inmiddels zijn we 44,5 jaar verder", zei Ralph McNutt recent tegen Scientific American. McNutt werkt bij de Johns Hopkins University Applied Physics Laboratory voor een groot deel van zijn carrière aan de Voyagers. "We hebben tien keer de beoogde levensduur van die dingen gehaald."

De Voyager 1 bevindt zich inmiddels op zo'n 22,5 miljard kilometer afstand van de aarde. De Voyager 2 op ruim 19 miljard kilometer. Er zijn geen apparaten die door mensen zijn gemaakt verder de ruimte in gekomen dan deze sondes. De Voyager 2 vertrok als eerst, op 20 augustus 1977, en de Voyager 1 volgde twee weken later. De sondes zijn identiek aan elkaar.

Het was de bedoeling dat de verkenners metingen zouden doen bij de planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. In 1977 stonden de planeten precies in de juiste positie zodat ze allemaal bezocht konden worden. Dat gebeurt eens in de 176 jaar.

Nieuwe foto's en informatie over buurplaneten

De missies waren succesvol. Er werden onder meer nieuwe close-upfoto's van de planeten gemaakt. Dankzij de sondes werd ook voor het eerst bliksem op Jupiter vastgesteld, wat bewees dat het ook op andere planeten kon bliksemen. Daarnaast werden er metingen gedaan naar de atmosfeer en aardrijkskunde van de planeet. Van Saturnus werden nieuwe beelden gemaakt van de ringen eromheen.

Voyager 1 vervolgde zijn reis in het zonnestelsel zonder andere planeten te zien, maar Voyager 2 kwam nog langs Uranus en ontdekte dat de planeet niet negen maar zeker elf ringen had. Twaalf jaar na de lancering, in 1989, bereikte Voyager 2 Neptunus. Nadat de sonde de planeet had gefotografeerd, werden zijn camera's uitgeschakeld om energie te sparen voor andere instrumenten.

Voyager 1 maakte in 1990 nog zestig foto's van het zonnestelsel. De verkenner bevond zich toen op een afstand van 6,4 miljard kilometer van de aarde. Op die foto's was de aarde ook te zien, als een klein stipje. De foto is inmiddels bekend als de 'pale blue dot' en er bestaat nog steeds geen foto die op een grotere afstand is genomen.

Pale Blue Dot
Het stipje aan de rechterkant is de aarde. Bron: EPA.

Sondes zweven nu door de interstellaire ruimte

Inmiddels bevinden beide sondes zicht ver uit ons zonnestelsel. Voyager 1 verliet ons zonnestelsel in augustus 2012 en Voyager 2 deed hetzelfde in november 2018, meer dan veertig jaar na zijn lancering. De verkenners zweven nu almaar verder door de interstellaire ruimte; de eindeloze ruimte tussen de sterren.

De verkenners doen nog steeds metingen. Voyager 1 kwam vorig jaar nog in het het nieuws toen hij een vaag monotoon gebrom oppikte. Wetenschappers denken dat het geluid waarschijnlijk afkomstig is van kleine hoeveelheden gas in de ruimte tussen verschillende sterrenstelsels.

Met het registreren van het gebrom hopen de wetenschappers specifieke eigenschappen van de omgeving buiten het zonnestelsel te kunnen achterhalen, zoals de dichtheid van de ruimte. Dat kan astronomen helpen om de interstellaire ruimte beter te begrijpen. Ook biedt de informatie mogelijk inzicht in de grens tussen de interstellaire ruimte en de grens van het zonnestelsel, ook wel de heliopauze genoemd.

Chuck Berry aan boord op een gouden plaat

De sondes hebben zeer weinig energie nodig om te werken. Maar de afgelopen drie jaar heeft NASA warmte-elementen en andere niet-essentiële onderdelen uitgeschakeld, om de resterende energievoorraden zo lang mogelijk te rekken. De verwachting is dat Voyager 1 en 2 ergens tussen 2025 en 2030 de communicatie met de aarde zullen verliezen.

Ze blijven dan wel verder zweven door het eindeloze heelal. Beide sondes dragen een gouden grammofoonplaat bij zich met informatie over de aarde. Daarop staan 115 plaatjes, begroetingen in 55 talen en aardse geluiden, zoals het geluid van wind, regen en een menselijke hartslag. Ook staat er anderhalf uur muziek op, onder meer van Beethoven, Bach en Chuck Berry.

Voyager 1 bereikt over zo'n 16.700 jaar de eerstvolgende ster, Proxima Centauri, schrijft Scientific American. Voyager 2 komt daar 3.600 jaar later langs.

Aanbevolen artikelen