Voor mensen die last hebben van een pollenallergie biedt Hooikoortsradar al jaren soelaas - en sinds de uitbraak van COVID-19 nog meer. Op de site en app staat een soort weersvoorspelling, maar dan voor pollen. De huidige uitgever van Hooikoortsradar, Arno Vlooswijk, wil mensen zo goed mogelijk voorlichten over de allergie en bijhorende pollen. "Hooikoorts is een rare allergie die niet altijd serieus wordt genomen, maar als je het hebt, is het klote."

Hooikoortsradar trekt inmiddels zo'n miljoen bezoekers per jaar. Op piekdagen liggen de bezoekersaantallen op tien- tot twintigduizend. Sinds 2020 is er een stijging te zien, na de opkomst van het coronavirus. "De cijfers verdubbelden. Er was ineens veel belangstelling van mensen die wilden weten of ze nou corona hadden of hooikoorts", zegt Vlooswijk. "De symptomen lijken op elkaar: snotterig zijn, vermoeidheid."

Hooikoortsradar hoort bij de website Pollennieuws. Samen moeten de sites een zo compleet mogelijk beeld schetsen van alles wat met pollen en pollenallergie te maken heeft. Pollennieuws werd in 2007 opgericht door de biologen Maurice Martens en Herman van Wissen.

"Het idee was om iets te doen aan de gebrekkige voorlichting op het gebied van hooikoorts en pollen in Nederland", herinnert Martens zich. "Wij maakten uitlegvideo's over pollenplanten toen YouTube nog jong was. Door die filmpjes te kijken, kunnen hooikoortspatiënten leren hoe de planten eruitzien waar ze gevoelig voor zijn."

De kaart geeft het aantal pollen van het moment weer. Bron: Hooikoortsradar

De kaart geeft het aantal pollen van het moment weer. Bron: Hooikoortsradar
De kaart geeft het aantal pollen van het moment weer. Bron: Hooikoortsradar

Ook in het najaar hangen er pollen in de lucht

Sinds vijf jaar is Vlooswijk de uitgever van beide websites, maar hij is er al sinds 2009 bij betrokken. Hij wilde een app bouwen voor mensen met hooikoorts. "Zo'n app was er nog niet in die tijd", zegt Vlooswijk. "Maurice en Herman deden de content, ik de modules, grafieken en data." En zo is de verdeling nog steeds, want hoewel Martens en Van Wissen de site niet meer beheren, zijn ze er nog steeds bij betrokken.

Deels is de website seizoenswerk. Vanaf oktober en november is het relatief rustig, als ook de kruiden zijn uitgebloeid. "In Nederland werd lang gedaan alsof hooikoorts alleen met de grassen te maken had", zegt Martens. "Maar al vroeg in het jaar beginnen de bomen met bloeien en later in het jaar kun je ook last hebben van een aantal kruiden die in bloei staan."

Op de kaart van Hooikoortsradar, die samen met Buienradar wordt gemaakt, is per uur te zien hoeveel pollen er zijn. Groen betekent "geen tot enkele pollen", maar als de kaart rood of paars kleurt, kunnen de zakdoeken uit de tas.

Hoe de kleuren van de kaart worden bepaald, is volgens Vlooswijk "een interpretatie van verschillende factoren". Er wordt gekeken naar het weerbericht (bij regen zijn er geen pollen), dagcycli en de bloeiperiodes van verschillende bomen en grassen.

Mensen die willen sporten of luchten, kunnen dat volgens de radar vaak het beste 's ochtends of 's avonds laat doen. In de middag kleurt de kaart in pollenseizoenen het donkerst. "In de ochtend ligt er nog dauw op de planten en zijn er minder pollen", zegt Martens. "Als de temperatuur stijgt, verdwijnt de dauw, wordt de lucht warmer en stijgt de warme lucht op. De wervelingen nemen de pollen mee en verspreiden ze."

Automatisch tellen is de volgende stap

Maar het blijft lastig. De een heeft gewoon meer last van pollen dan de ander. "Wij proberen uit te leggen wat er aan de hand is", zegt Vlooswijk. "Het kaartje kan dienst doen als een voorbereiding of bevestiging voor mensen die er last van hebben. Ze kunnen hun klachten beoordelen met een cijfer van één tot tien. Dat doen dagelijks zo'n duizend tot drieduizend mensen. Daarmee krijg je een aardig beeld van hoe heftig het die dag is."

Vlooswijk kijkt voor de grootste vernieuwing uit naar het moment dat er een netwerk van automatische pollentellers in Nederland komt. "Dat zijn een soort stofzuigers die direct kunnen herkennen wat voor pollen er in de lucht zijn", zegt hij. "Daarmee kun je nog een veel duidelijker beeld schetsen van de situatie."