Israël heeft diplomatiek geprofiteerd van zijn zeggenschap over wie toegang kreeg tot de spionagesoftware Pegasus, meldt The New York Times vrijdag. Sommige landen zouden hun stemgedrag bij de Verenigde Naties hebben aangepast nadat ze toegang hadden gekregen tot de software.

Over het gebruik van Pegasus ontstond de afgelopen jaren meerdere keren ophef. De software kwam in 2011 op de markt en is ontwikkeld door het Israëlische bedrijf NSO Group.

Pegasus kan worden gebruikt om toegang te krijgen tot informatie op telefoons. Dat bleek handig bij de jacht op terroristen en criminelen, maar sommige landen zouden de spyware ook gebruiken om activisten en journalisten te bespioneren.

Pegasus bleek zeer gewild en Israël had zeggenschap over welke landen toegang kregen tot de software, schrijft de krant. De spyware is ook geleverd aan staten waar Israël een gespannen relatie mee heeft, zoals de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Saoedi-Arabië.

Volgens de krant speelde de verkoop van Pegasus een cruciale rol bij het verkrijgen van steun in de campagne van Israël tegen Iran. Ook zou de verkoop van belang zijn geweest bij de onderhandelingen over de Abraham-akkoorden. Dat zijn akkoorden die de basis vormen voor vrede en samenwerking tussen Israël, de VAE, Bahrein en de Verenigde Staten.

Door de verkoop heeft Israël Pegasus tot een belangrijk onderdeel van zijn nationale veiligheidsstrategie gemaakt. Het land heeft de software gebruikt om zijn eigen belangen te bevorderen, concludeert de krant.