Na een vlekkeloos vertrek wordt het zaterdag een spannende dag voor de nieuwe ruimtetelescoop James Webb. Het belangrijkste onderdeel moet het openvouwen worden: een metersgrote spiegel die het licht uit het heelal opvangt. Het is de laatste stap van het eerste deel van de installatie van het observatorium.

De operatie begint op zijn vroegst om 15.00 uur Nederlandse tijd. In de loop van de avond wordt waarschijnlijk duidelijk of alles goed is gegaan.

De James Webb is de opvolger van de beroemde ruimtetelescoop Hubble. Hij is ontwikkeld en gebouwd door de ruimtevaartorganisaties van Europa (ESA), de Verenigde Staten (NASA) en Canada (CSA). Vanuit Nederland zijn de Universiteit Leiden, onderzoeksinstituut TNO en wetenschappelijk bureau NOVA-OIR betrokken bij de ruimtetelescoop.

Op Eerste Kerstdag werd de telescoop gelanceerd vanuit Frans-Guyana. Inmiddels bevindt hij zich op ruim 1 miljoen kilometer afstand van de aarde. Met een snelheid van 420 meter per seconde vliegt hij richting zijn bestemming. Die ligt nog ongeveer 400.000 kilometer verderop. Over ongeveer twee weken komt de ruimtetelescoop daar aan.

Spiegel Webb is zes keer zo groot als van de Hubble

De James Webb is ongeveer zo groot als een tennisbaan. Bij zijn vertrek was hij opgevouwen, zodat hij op de raket paste die hem naar de ruimte heeft gebracht. De kern van de ruimtetelescoop is een 6,5 meter grote spiegel, zes keer zo groot als die van de Hubble. De spiegel vangt het licht uit de ruimte op. Het licht kaatst via de spiegel naar een tweede spiegel, die het licht bundelt en naar de meetinstrumenten aan boord stuurt.

Wetenschappers willen met de James Webb onder meer zoeken naar planeten waar misschien leven mogelijk is, naar verre sterrenstelsels en naar sporen van de oerknal. De ruimtetelescoop kan een miljard jaar verder terug in de tijd kijken dan de Hubble.

De spiegel van de James Webb bestaat uit achttien zeshoeken die aan elkaar zitten, maar los van elkaar kunnen bewegen. De spiegel is gemaakt van beryllium. Daarbovenop zit een miniem laagje goud van 100 nanometer dik. Dat is duizend keer zo dun als een menselijk haar of een vel papier. Beryllium is licht, sterk en goed bestand tegen extreme kou. Goud zorgt ervoor dat de spiegel beter in staat is infrarood licht te zien.

Als de James Webb over een paar weken op zijn werkplek is, kan hij nog niet meteen aan de slag. Eerst moeten alle apparaten aan boord worden gekoeld tot 266 graden onder nul. Dat duurt ongeveer een maand. Daarna duurt het een paar maanden om te testen of alles goed werkt. In de zomer kan de James Webb de eerste metingen verrichten.