De Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) stapt naar de rechter om de geplande overname van het Britse chipbedrijf Arm door het Amerikaanse NVIDIA tegen te houden. De bedrijven maakten de overname, waarmee 33,8 miljard euro gemoeid was, in september vorig jaar werd bekend. Volgens de FTC zou de concurrentie echter in het gedrang komen door die overname.

De FTC stelt dat het fusiebedrijf te veel marktmacht krijgt, waardoor technologische innovatie in de chipsector kan worden ondermijnd. Het gaat bijvoorbeeld om technologie voor datacenters.

NVIDIA kondigde ruim een jaar geleden aan Arm te willen kopen van de Japanse techinvesteerder SoftBank. Er was in de sector direct weerstand tegen de overname, omdat vrijwel alle chipbedrijven gebruikmaken van de chiparchitectuur van Arm. Veel chips voor smartphones en tablets worden op die ontwerpen gebaseerd.

NVIDIA zei in een reactie op het besluit van de FTC dat het bedrijf zal aantonen dat de overname van Arm juist leidt tot voordelen voor de chipsector en de concurrentie zal bevorderen.

In oktober startte ook de Europese Commissie een formeel onderzoek naar de overname. Daarmee wil de commissie uitzoeken of het voor andere fabrikanten lastiger wordt om gebruik te maken van technologie van Arm.

NVIDIA zei al eerder dat het open licentiemodel van Arm in stand moet worden gehouden, maar critici denken dat er toch beperkingen komen. De Europese Commissie zegt dat NVIDIA er niet in is geslaagd om "ernstige twijfels" over de machtspositie van het bedrijf weg te nemen en is daarom een onderzoek gestart.

Verbetering: In een eerdere versie van het bericht stond dat met de overname 33,8 miljoen euro gemoeid was, dat moest 33,8 miljard euro zijn.