De Nederlandse overheid mag voorlopig kentekens van auto's blijven scannen om te zien of de eigenaar nog openstaande boetes heeft of wordt gezocht door justitie. Dat oordeelde een rechter in Den Haag woensdag. Belangenorganisatie Privacy First had een kort geding aangespannen met als doel de opsporingsmethode te laten verbieden.

De rechter doet geen inhoudelijke uitspraak over automatische kentekenplaatherkenning of Automatic Number Plate Recognition (ANPR). Er is volgens de rechter geen "spoedeisend belang", omdat het systeem al sinds 2019 in gebruik is. Daarom is het niet dringend nodig om op korte termijn uitspraak te doen en is de eis afgewezen.

Privacy First vindt dat ANPR de privacy van burgers schendt. De stichting noemt de opsporingsmethode "totaal niet noodzakelijk, volstrekt disproportioneel en bovendien ineffectief".

De belangengroep noemt het oordeel van de rechtbank "onbegrijpelijk". "Bij een dagelijkse massale privacyschending per definitie sprake is van spoedeisend belang om die schending te laten stoppen", zegt Privacy First, dat op korte termijn een bodemprocedure tegen de ANPR-wetgeving start en overweegt een spoedappèl in te stellen tegen het huidige vonnis bij het Hof Den Haag.

Het Openbaar Ministerie zegt dat gescande kentekens meteen worden verwijderd als ze niet op de zoeklijst staan, tenzij de informatie voor opsporingsonderzoek langer nodig is. Dat mag als iemand verdacht wordt van een ernstig misdrijf. Daar moet de officier van justitie dan toestemming voor geven. Het kenteken mag maximaal vier weken lang bewaard blijven.