Rotterdam heeft in strijd met de wet filmende auto's ingezet om coronaovertreders op te sporen. De camera-auto's reden tijdens de lockdown vorig jaar door de stad om te controleren of mensen wel genoeg afstand hielden. Dat was onrechtmatig, oordeelt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in een rapport dat NRC heeft ingezien.

Twee camera-auto's patrouilleerden in april en mei vorig jaar door Rotterdam, om toezicht te houden op de naleving van de coronaregels. Met 360 graden-camera's werden gezichten en nummerborden gedetailleerd in beeld gebracht. De auto's reden vooral langs parken en pleinen om "groepen" te spotten: er gold toen een verbod op drie of meer personen bij elkaar.

De camerabeelden werden doorgestuurd naar een centraal punt, waar gemeenteambtenaren konden besluiten om boa's of politieagenten naar de gefilmde plek te sturen. In totaal hebben de camera-auto's 75 meldingen doorgegeven van groepen die de coronaregels overtraden.

Toezichthouder AP kan voor de overtreding een boete opleggen. Of dat ook gebeurt, is nog niet bekend. De autoriteit zou het rapport alvast naar buiten willen brengen om duidelijkheid te bieden aan andere gemeenten die met camera-auto's werken.

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb probeert volgens NRC de publicatie van het rapport tegen te houden. De AP wil geen uitspraken doen over over onderzoek dat nog niet is gepubliceerd, schrijft de krant.

Aboutaleb ontkent de beschuldiging van NRC. "Dat wordt gesuggereerd dat ik publicatie van een rapport zou willen tegenhouden, maakt me wel boos. Waarom zou ik dat willen? We zijn er juist bij gebaat dat dit rapport openbaar wordt. Dan kan het debat in de openbaarheid worden gevoerd", aldus de burgemeester.