Dronefabrikant DJI heeft de Mavic 3 en Mavic 3 Cine aangekondigd. De Cine-versie van 4.799 euro kan filmen in Apples ProRes-resolutie met 50 beelden per seconde. Ook bevat de drone een ingebouwde SSD-schijf met 1 terabyte aan opslagruimte.

De reguliere Mavic 3 kost 2.099 euro en heeft geen ingebouwde SSD en geen ProRes. Het voordeel van ProRes is dat veel informatie wordt bewaard tijdens het filmen, zodat gebruikers veel ruimte houden voor nabewerking van de beelden. Wel kunnen beide drones in 4K-resolutie opnemen met 120 beelden per seconde en kunnen er foto's worden gemaakt met de 20 megapixelcamera.

DJI zegt veelgehoorde problemen met de Mavic 2-serie te hebben opgelost. Er werd bijvoorbeeld over geklaagd dat niet gewisseld kon worden tussen camera's op de drones. Dat kan op de Magic 3 (Cine) wel. Een nieuw camerasysteem kan wisselen tussen twee cameralenzen voor groothoekopnames en voor zoomshots.

Ook kunnen de drones langer aan één stuk door vliegen. In de Mavic 2-serie vlogen de drones volgens DJI zo'n 31 tot 34 minuten. De nieuwe apparaten blijven op een volle lading 46 minuten in de lucht. Verder is de obstakeldetectie volgens DJI verbeterd, zodat de drones gemakkelijker door lastige omgevingen te sturen zijn.

DJI bracht de eerste Mavic-drone in 2016 uit. Opvallend aan de drone was dat de propellers ingeklapt konden worden, zodat ze vrij gemakkelijk mee te nemen was. De Mavic 3 lijkt qua vorm nog steeds op het origineel. Daarnaast wegen ook de nieuwe versies nog geen kilogram.