Een Amerikaanse rechter heeft Facebook opgedragen om (inmiddels verwijderde) accounts en haatberichten over de Rohingya's, een moslimminderheid uit Myanmar, met onderzoekers te delen. Facebook wilde dat tot nu toe niet doen.

Het techbedrijf werd door de rechter bekritiseerd omdat het informatie achterhoudt voor onderzoekers die Myanmar willen vervolgen voor internationale misdaden tegen Rohingya's, blijkt uit de uitspraak.

Facebook wilde de data niet overhandigen. Volgens het bedrijf zou daarmee een Amerikaanse wet worden overtreden die zegt dat communicatiediensten gesprekken van gebruikers niet openbaar mogen maken. Maar de rechter zegt dat de berichten, die overigens door Facebook werden verwijderd, daar niet onder vallen. "Het niet delen van de berichten zou de tragedie die de Rohingya's is overkomen alleen maar verergeren."

De rechter noemde het beschermen van privacy van gebruikers "rijk aan ironie". "Nieuwssites hebben hele secties gewijd aan Facebooks smerige geschiedenis van privacyschandalen."

Een woordvoerder van Facebook zegt tegen Reuters dat het bedrijf zijn besluit herziet. Ook zou het al bevindingen hebben gedeeld met een ander orgaan van de Verenigde Naties, dat onderzoek doet naar misdaden in Myanmar.

In 2018 zeiden mensenrechtenonderzoekers bij de VN dat Facebook een sleutelrol speelde bij het verspreiden van haatzaaiende uitspraken die het geweld in Myanmar aanwakkerden. Facebook liet daarop weten dat het bedrijf eraan werkt dit soort uitspraken te blokkeren.