Terwijl in Engeland gesproken wordt van een 'pingdemic' van uitvallend personeel als gevolg van honderdduizenden meldingen van de corona-app, is het op de Nederlandse werkvloer "oorverdovend stil" rond CoronaMelder. Hoe kan dat?

Het aantal mensen dat in Engeland een melding van de lokale corona-app ontvangt is de afgelopen twee maanden drastisch gestegen. Volgens de laatste beschikbare cijfers kregen in juli in één week alleen al 678.000 Engelsen een melding met het advies om in quarantaine te gaan.

Om de ontwrichting van de 'pingdemic', een samentrekking van ping (notificatie op je smartphone) en pandemic (pandemie), voor mensen en bedrijven te verkleinen, werd de Engelse app maandag zelfs aangepast, waardoor minder mensen een melding zullen ontvangen.

Met CoronaMelder heeft Nederland een vergelijkbare app. Wie een waarschuwing krijgt dat hij of zij in de buurt is geweest van iemand die later corona bleek te hebben, moet vaak een paar dagen in quarantaine.

Werkgeversverenigingen zien geen 'pingdemie'

Maar van Engelse taferelen is hier geen sprake, zeggen werkgeversverenigingen in gesprek met NU.nl.

Dit ondanks een recente wijziging in het testbeleid. Wie nu een melding krijgt, kan zich vijf dagen na het laatste contact met de besmette persoon laten testen, tenzij eerder klachten optreden. Voorheen was testen direct na een melding mogelijk.

"Over het geheel genomen heeft dit niet tot grote verstoring geleid", zegt Kees Bakhuis van ondernemersvereniging VNO-NCW. De organisatie vreesde voor lang onnodig uitval van personeel dat in quarantaine moet blijven tot de testuitslag bekend is. Maar dit probleem bleef voor zover bekend uit: "Ons beeld is dat het met de uitval op de werkvloer wel meevalt."

Ook werkgeversvereniging AWVN constateert dat een 'pingdemic' geen Nederlands probleem is. "We horen er eigenlijk niks over", zegt woordvoerder Jannes van der Velde hierover.

"Onze indruk is dat de werkgever en werknemer er samen wel uitkomen als er sprake is van quarantaine. Ook bij beroepen waar thuiswerken niet mogelijk is, met collega's die het werk kunnen overnemen en zo. Wat dat betreft is oorverdovend stil."

Engelsen waarschuwen anderen via de app veel vaker

Een mogelijke verklaring hiervoor is te zien in de cijfers, voor zover die met elkaar te vergelijken zijn: Nederland houdt in tegenstelling tot Engeland bijvoorbeeld niet bij hoeveel mensen een waarschuwing van de corona-app ontvangen.

Wel is bekend hoeveel mensen een melding versturen nadat zij positief zijn getest. Uit die cijfers blijkt dat Engelsen veel vaker dan Nederlanders een positief resultaat doorgeven, waardoor mensen uit hun omgeving gewaarschuwd worden.

Het percentage is in Engeland de afgelopen weken opgeklommen. Volgens de laatste cijfers ligt het nu boven de 50 procent: van in totaal 281.640 vastgestelde positieve besmettingen in een week, werden 145.436 positieve uitslagen doorgegeven.

Ter vergelijking: in diezelfde week telde Nederland 51.842 positieve besmettingen. Daarvan brachten 5.255 mensen hun contacten op de hoogte: 9,87 procent.

Een verklaring hiervoor is dat het doorgeven in Engeland automatisch gebeurt als je via de app een testafspraak maakt. In Nederland is dat niet zo. Wie positief test, moet eerst door de GGD gebeld worden. De besmette persoon kan daarna samen met de GGD-medewerker de waarschuwing versturen.

Het RIVM constateerde in mei al dat CoronaMelder veel effectiever kan zijn "als gebruikers zelf in de app hun contacten kunnen informeren na een positieve testuitslag, zonder tussenkomst van de GGD, zoals dat ook bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk kan".