Het is dinsdag 140 jaar geleden dat in Nederland het eerste telefoongesprek tot stand kwam. Hoewel telefoneren er in 1881 heel anders aan toeging dan nu, is er in de basis weinig veranderd.

Wat precies de eerste woorden van het telefoongesprek 140 jaar geleden waren, is niet duidelijk. "Daarvan heb ik geen opnames of waarnemingen kunnen vinden", zegt Anja Tollenaar, conservator Communicatiecultuur bij Beeld en Geluid Den Haag. Waarschijnlijk vielen de woorden "Ik verbind u door" van de telefoniste, maar wat de beller en ontvanger hebben gezegd, is niet duidelijk.

Wel is bekend dat het eerste gesprek in Amsterdam plaatsvond. De Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM) opende daar in 1881 de eerste Nederlandse telefooncentrale. Bij de centrale werkte een telefoniste die destijds 49 abonnees van het bedrijf met elkaar in contact kon brengen, door steeds een stekker op de juiste plek in een schakelbord te prikken.

"De telefoon was een bijzonder ding en het nieuwste van het nieuwste", zegt Tollenaar. "Aanvankelijk werd hij vooral gebruikt door mensen die zakelijke gesprekken voerden, het was niet meteen voor de gewone mens."

Stekkertjes plaatsen en meeluisteren

Amsterdammers met een telefoon huurden het toestel van de aanbieder. Door aan een slinger te draaien kwam het apparaat in contact en werd de telefoniste gebeld. Zij prikte een stekker in een bord om op te nemen, vroeg wie er gebeld moest worden en prikte vervolgens een stekkertje op de plek op het bord van de ontvanger.

"De telefoniste bleef aan de lijn, ten eerste om te zorgen dat het gesprek tot stand was gekomen", zegt Tollenaar. "Af en toe moest ze luisteren om te bepalen of het gesprek ten einde was. Gesprekken afluisteren mocht natuurlijk niet, maar dat gebeurde heus. Als het gesprek klaar was, werd de beltijd opgeschreven en werden de kosten bijgehouden."

Zoals vaak te zien is op oude foto's of in films over die tijd, waren het vooral vrouwen die in de telefooncentrales werkten. Tollenaar: "Het was een vrouwenberoep waarin werd uitgegaan van de stereotypes, bijvoorbeeld dat vrouwen zorgvuldig en geduldig zijn. Wel moesten ze vaak op een cursus om duidelijk te articuleren en om de etiquette te leren. Dus: niet met het gesprek bemoeien."

Bellen werd laagdrempeliger en gemakkelijker

Pas toen telefoons een kiesschijf kregen, waarmee bellers elk nummer apart langs een ring moesten draaien, konden telefoons zelf in verbinding komen met andere telefoons. In de jaren zeventig kwam daarom de automatische telefooncentrale in opkomst. Een persoon om door te verbinden was niet meer nodig. Een patroon van ingetoetste nummers werd vanzelf herkend en doorgezet naar de ontvanger.

Ook nu worden telefoontjes nog steeds doorgeschakeld via een centrale computer. Het geluid reist nog steeds door de lucht, via radiogolven komt de stem van de een bij de ander. Het is wel een stuk gemakkelijker en laagdrempeliger geworden. "Mensen willen, zeker vanwege de pandemie, toch graag weer een stem horen", zegt Tollenaar. "Dan brengt bellen je dichtbij, om met een oude slogan van KPN te spreken."