Het Amerikaanse hooggerechtshof doet geen uitspraak over de vraag of Donald Trump als Amerikaanse president Twitter-gebruikers mocht blokkeren. Omdat de voorganger van Joe Biden permanent is geband door het sociale medium, wordt de zaak terzijde geschoven, luidt het vonnis.

De kwestie gaat terug tot de periode dat Trump nog president van de VS was. Een rechtbank oordeelde in 2018 dat hij in die rol ook met zijn privéaccount geen Twitter-volgers mocht blokkeren, omdat deze gebruikers dan niet konden reageren op zijn tweets.

Een jaar later sloot een hof van bezwaar zich daarbij aan. Als de president volgers blokkeert, "wordt de vrijheid van meningsuiting daadwerkelijk - hoewel bescheiden - ingeperkt". "Meer is er niet nodig om de grondwet te schenden", luidde het oordeel.

Trump beschikte als president over het officiële account @POTUS, maar gebruikte zijn privéaccount @realDonaldTrump veel vaker om beleid aan te kondigen of te verdedigen en om te reageren op het nieuws of politieke ontwikkelingen.

De voormalige president ging in hoger beroep. Maar omdat Trump het stokje in januari aan Biden heeft overgedragen, wil het hooggerechtshof geen oordeel vellen. Daarmee is ook het oordeel van het hof van bezwaar terzijde geschoven.

Twitter heeft Trump permanent geband

Bovendien heeft Twitter Trump permanent geband na de bestorming van het Capitool door zijn aanhangers op 6 januari. Dat roept nieuwe vragen op, stelt het hooggerechtshof.

"Het zou vreemd zijn om te stellen dat iets een overheidsplatform is (en dus wordt beschermd door de Amerikaanse grondwet, red.) als een privaat bedrijf de autoriteit heeft om dit teniet te doen." Dat schuurt, stelt het hooggerechtshof. Trump blokkeerde als individu een aantal mensen, maar Twitter sluit in één klap alle gebruikers uit door hem te bannen, merkt het hooggerechtshof op.

"Het hof van bezwaar vreesde dat toenmalig president Trump de vrijheid van meningsuiting inperkte met functies die Twitter hem ter beschikking stelde. Maar als het doel is om de vrijheid van meningsuiting niet te beperken, dan moet de meest in het oog springende zorg het dominante digitale platform zelf zijn."

Dat brengt volgens het hof "interessante en belangrijke vragen" over de macht van Twitter en andere sociale media met zich mee, maar die kunnen in deze zaak niet beantwoord worden.