Het gebruik van Google Workspace in het onderwijs brengt vermijdbare privacyrisico's voor leerlingen en studenten met zich mee. Dat blijkt uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en Rijksuniversiteit Groningen (RUG), schrijven onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Google dwingt de volledige controle over zogenoemde metadata af. Dat zijn gegevens die iets zeggen over het gebruik van Google Workspace, zoals wanneer iemand inlogt en hoe diegene bepaalde Google-diensten gebruikt.

Met het softwarepakket kunnen scholen onder meer het digitale klaslokaal Classroom gebruiken, maar ook videobeldienst Meet, e-maildienst Gmail en opslagdienst Drive zijn beschikbaar via Workspace.

Google stelt dat het bedrijf als enige "mag bepalen voor welk doel zij metadata verzamelen en op welke manier dat gebeurt", schrijven de ministers. Ook zou Google die voorwaarden mogen aanpassen zonder de gebruiker om toestemming te vragen.

"Dat betekent dat onderwijsinstellingen die Google G Suite for Education (de oude naam van Google Workspace for Education, red.) gebruiken, geen of onvoldoende grip houden op wat er met deze gegevens gebeurt."

Toezichthouder is om advies gevraagd

Scholen die de Google-diensten nu gebruiken, hoeven daar niet direct mee te stoppen, stellen vertegenwoordigers SIVON (voor het basis- en voortgezet onderwijs) en SURF (voor het mbo en hoger onderwijs).

De organisaties hebben de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om advies gevraagd. Ook blijft het ministerie van Justitie en Veiligheid in gesprek met Google om de privacyrisico's voor leerlingen, studenten en docenten weg te nemen, schrijven de ministers.

Google schrijft dinsdag in een verklaring op zijn website dat het bedrijf in gesprek blijft met de Nederlandse regering over de privacyzorgen. Google belooft daarbij "volledige transparantie" over de openstaande kwesties te geven.