Er is meer vraag en aanbod ontstaan tijdens de corona-uitbraak vorig jaar, schrijft het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) dinsdagochtend in zijn rapport Voorbij de pixels. Daarbij is er volgens het CKM te weinig zicht op mensenhandel en uitbuiting in de webcamseksindustrie en is meer onderzoek nodig.

Volgens het CKM staat webcamseks bekend als relatief veilige manier van seksuele dienstverlening, maar is deze industrie "niet immuun voor mensenhandel". Uit het onderzoek blijkt dat ook binnen de webcamseksindustrie mensen slachtoffer worden van uitbuiting. Het gaat daarbij met name om meisjes en vrouwen.

Het is niet duidelijk hoe groot het probleem is. Het CKM spreekt van "een beperkt aantal zaken" van uitbuiting, maar noemt het wel zorgelijk. "Deze industrie lijkt zowel vanuit het toezicht, de opsporing als de hulpverlening nog een blinde vlek. Zo richt de opsporing zich niet tot nauwelijks op deze vorm van sekswerk, waardoor mensenhandelaren redelijk eenvoudig onder de radar blijven."

Het CKM roept het kabinet daarom op om meer onderzoek te doen naar de aard en omvang van de webcamseksindustrie in Nederland en naar de verwevenheid met mensenhandel. "Alleen dan kan deze blinde vlek weggenomen worden en kunnen maatregelen getroffen worden om eventuele misstanden, zoals mensenhandel, proactief te signaleren en tegen te gaan", zegt woordvoerder Shamir Ceuleers.

Naast een onderzoek hoopt het CKM dat de staatssecretaris van Justitie in gesprek gaat met webcamplatforms en modellenbureaus waarmee de platforms samenwerken. Op die manier zouden de platforms en de bureaus betere voorlichting kunnen geven. Ook zouden ze kunnen investeren in een manier waarop kijkers misstanden kunnen melden.