Moeten Twitter, Google en Facebook meer verantwoordelijk worden gehouden voor wat gebruikers op hun platformen doen? Daar buigt de Amerikaanse politiek zich nu over. Vijf vragen over het debat over de rol van sociale media in de vrijheid van meningsuiting op internet.

Waar gaat dit nou concreet over?

Onderwerp van de discussie is sectie 230, een onderdeel van de Communications Decency Act. Het artikel schrijft voor dat bedrijven zoals Facebook, Twitter en YouTube (onderdeel van Google) niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de berichten, foto's en video's die gebruikers op hun platformen uploaden.

Ook geeft sectie 230 deze bedrijven de ruimte om beperkingen op te leggen of content te verwijderen als dit naar het oordeel van het bedrijf onwenselijk is. De wet schrijft wel voor dat dit "met de beste bedoelingen" moet gebeuren.

De directeuren van de drie bedrijven, Jack Dorsey (Twitter), Sundar Pichai (Google) en Mark Zuckerberg (Facebook), getuigden 28 oktober voor een commissie van de Amerikaanse Senaat.

Roger Wicker, de Republikeinse voorzitter van de senaatscommissie, merkte op dat sectie 230 "cruciaal is geweest om online platformen te beschermen van eindeloze en mogelijk rampzalige rechtszaken."

Twitter-directeur Jack Dorsey kreeg de meeste vragen te verduren. Republikeinen maken zich zorgen over vermeende censuur van conservatief geluid. Dorsey zegt dat Twitter gebruikers gelijk behandelt. (Foto: Reuters)

Sectie 230 beschermt de internetbedrijven dus, waarom staat het artikel onder druk?

Het artikel krijgt kritiek van zowel Republikeinen als Democraten, maar wel op een andere manier. Grofweg stellen de Republikeinen dat sectie 230 zorgt voor te veel ingrepen door bedrijven als Facebook en Twitter. Aan de andere kant stellen Democraten dat de bedrijven juist niet goed ter verantwoording kunnen worden geroepen als zij niet ingrijpen.

De twee presidentskandidaten Donald Trump en Joe Biden pleiten er zelfs allebei voor om de wet volledig in te trekken.

Trump heeft het regelmatig aan de stok met Twitter. De zittend president gebruikt zijn account @realDonaldTrump als een spreekbuis naar het volk. Trump plaatst vaak berichten die volgens het sociale netwerk onwaar of misleidend zijn. Twitter plaatst deze achter een waarschuwing: alleen wie doorklikt, kan de tweet zien.

Biden moet vooral niks hebben van Facebook. Begin dit jaar zei hij in een interview met The New York Times dat sectie 230 Facebook in staat stelt om "onwaarheden te verspreiden terwijl ze weten dat ze onjuist zijn". De bescherming van het wetsonderdeel zorgt er volgens hem voor dat Facebook geen verantwoordelijkheid draagt.

Betekent dat dan het einde van sectie 230?

Niet per se. Hoewel Trump dreigt sectie 230 eigenhandig in te dammen, ligt de macht om de wet aan te passen bij het Congres. Het verhoor door de senaatscommissie kan een basis leggen voor de manier waarop dat gebeurt.

Commissievoorzitter Wicker merkte op dat sectie 230 internetbedrijven de mogelijkheid geeft "om content te controleren, te smoren en zelfs te censureren op een manier die voldoet aan elk hun eigen normen. Het is tijd dat er een einde komt aan die vrijbrief."

Wicker zei daarbij ook dat hij het standpunt van Trump en Biden om sectie 230 helemaal in te trekken (nog) niet omarmt.

Een volledige afschaffing van het artikel is onwaarschijnlijk, maar aangezien zowel Republikeinen als Democraten het erover eens zijn dat sectie 230 niet meer past bij de huidige rol van bedrijven als Facebook, Twitter en YouTube, lijkt aanpassing voor de hand te liggen. De vraag is hoe precies.

Niet alle vragen gingen daadwerkelijk over sectie 230. Op een gegeven moment moest Google-directeur Sundar Pichai reageren op de op 20 oktober aangekondigde rechtszaak van het Amerikaanse ministerie van Justitie om vermeend machtsmisbruik. (Foto: Reuters)

Hoe reageren Twitter, Google en Facebook?

Dorsey, Pichai en Zuckerberg lieten in hun openingsverklaring merken dat zij een einde aan sectie 230 niet zien zitten. Deze verklaringen gaf de drie directeuren de kans om hun standpunten uiteen te zetten voordat zij aan vragen van de senatoren onderworpen werden.

Google-directeur Pichai stelde vooral dat senatoren voorzichtig moeten zijn en zorgvuldig te werk moeten gaan bij een hervorming van sectie 230. Zuckerberg zei dat Facebook graag meedenkt over hoe een aanpassing eruit zou moeten zien - een tactiek die het bedrijf vaker heeft ingezet, omdat het daarmee de inhoud van de nieuwe wet kan sturen.

Twitter-directeur Dorsey kwam daarin met concrete ideeën. Hij stelde voor bedrijven te verplichten om openbaar te maken welke keuzes zij maken in het handhaven van het beleid. Ook zouden gebruikers een goede manier moeten hebben om bezwaar te maken tegen de keuzes die menselijke moderators of algoritmes maken.

Dorsey presenteert Twitter daarbij als een underdog ten opzichte van Facebook en Google. Hoewel dat qua omzet en het aantal gebruikers het geval is, doet Twitter wat betreft zijn rol in het publieke debat niet onder voor zijn concurrenten - zeker met een fanatieke en invloedrijke gebruiker als Trump en andere wereldleiders.

Mark Zuckerberg maakte bekend dat een waarschuwing van de FBI over mogelijke hackoperaties in de aanloop naar de verkiezingen heeft bijgedragen aan de keuze om het bereik van een controversieel artikel van The New York Post te beperken. (Foto: Reuters)

Wat heeft het verhoor van de drie directeuren opgeleverd?

In ieder geval een kans voor de senatoren om Dorsey, Pichai en Zuckerberg persoonlijk te ondervragen en hun pijnpunten duidelijk te maken. En soms om het podium te gebruiken om ongenoegen te uiten.

Aan Republikeinse zijde ging het met name over de vermeende censuur. Vooral Twitter-topman Dorsey kreeg het hierover te verduren. Hij kreeg onder meer de vraag waarom Trump zo vaak wordt aangepakt, terwijl wereldleiders uit andere landen, met name Iran, niet of veel later gestraft worden. Dorsey verklaarde dat Twitter ook actie onderneemt tegen andere wereldleiders die het beleid schenden.

Het riedeltje is de drie directeuren inmiddels bekend: Dorsey, Pichai en Zuckerberg hebben zich elk de afgelopen jaren minstens twee keer eerder in Washington moeten verantwoorden. Deze virtuele bijeenkomst was wat dat betreft niet anders.

Al met al was het verhoor een herhaaloefening voor Democraten en Republikeinen om duidelijk te maken waar ze staan. De ondervraagde directeuren moesten zich daaraan onderwerpen, maar komen daar zonder grove kleerscheuren vanaf. Het echte werk vindt plaats in het Congres, dat de aanpassing van de wet naar verwachting pas in 2021 behandelt.