De makers van de Duitse corona-app, SAP en Deutsche Telekom, gaan in opdracht van de Europese Commissie een ​​softwareplatform bouwen waarmee nationale corona-apps onderling kunnen communiceren. Dat zou betekenen dat de app van een EU-land ook in andere landen werkzaam zal zijn.

Verschillende EU landen hebben al een corona-app die mensen waarschuwt als zij in de buurt zijn geweest van iemand die besmet is met het coronavirus. Deze corona-apps worden afzonderlijk per Europees land ontwikkeld en verzamelen in eerste instantie alleen gegevens van gebruikers van de betreffende app, dus niet van gebruikers die de app van een ander land gebruiken.

Het Europese softwareplatform moet hier verandering in brengen. Het moet mogelijk worden om bijvoorbeeld ook mensen die op vakantie zijn in het buitenland een melding te sturen als ze in de buurt zijn geweest van een besmette persoon.

Volgens een woordvoerder van de Europese Commissie moet het mogelijk zijn om binnen drie tot vier weken een proefversie van het softwareplatform te lanceren.

Brengt moeilijkheden met zich mee

Negen EU-landen - Oostenrijk, Kroatië, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Ierland, Italië, Letland en Polen - hebben op dit moment apps die werken met technologie van Google en Apple. Deze apps slaan de gegevens van gebruikers om privacyredenen niet centraal op, maar alleen op de apparaten van de gebruikers zelf. Het gemeenschappelijke ontwerp van deze negen apps betekent dat deze apps compatibel zijn en makkelijk op het softwareplatform van de EU kunnen worden aangesloten.

De moeilijkheid ligt bij de apps van Frankrijk en Hongarije. Die apps slaan de gegevens van gebruikers wel centraal op. Dat maakt het volgens experts een uitdaging om de apps van deze landen aan het Europese platform te verbinden.

Ook in Nederland wordt een corona-app ontwikkeld die gebruikmaakt van de technologie van Apple en Google. Deze app moet op 1 september landelijk beschikbaar worden.