De Duitse federale politie en inlichtingendiensten kunnen de namen en IP-adressen van Duitsers te makkelijk bij bedrijven opvragen, oordeelt het Duitse grondwettelijk hof, het Bundesverfassungsgericht vrijdag. De Eerste Senaat van het hof wil dat de Duitse autoriteiten de gegevens uiterlijk vanaf 2022 alleen onder strikte voorwaarden kunnen opvragen.

De betwiste wet stelt de Duitse federale recherche (Bundeskriminalamt), de federale politie (Bundespolizei) en de douanepolitie (Zollkriminalamt) in staat om informatie bij telecombedrijven op te vragen. Ook de drie Duitse inlichtingendiensten BND, BfV en MAD hebben die bevoegdheid onder deze wet.

De telecombedrijven moeten bijvoorbeeld de namen, IP-adressen, geboortedata en bankgegevens overhandigen als een Duitse autoriteit daarom vraagt. Dat is in principe toegestaan, vindt het Bundesverfassungsgericht, maar de autoriteiten mogen niet zomaar om de gegevens vragen: er moet wel een specifiek gevaar of een verdenking zijn.

De voorwaarden daarvoor zijn echter te breed, vindt het hof. Het oordeelt dat het makkelijk kunnen opvragen van de gegevens niet in verhouding staat met het recht op zelfbeschikking (het zelf mogen bepalen hoe je je leven leidt) en het telecomgeheim.

Met het oordeel heeft de Eerste Senaat van de Bundesverfassungsgericht een deel van de Duitse telecomwet en enkele andere landelijke wetten over het verzamelen van de gegevens ongrondwettelijk verklaard. De senaat eist dat er uiterlijk op 31 december 2021 nieuwe regels liggen.