De Amerikaanse president Donald Trump heeft aan The Washington Post bevestigd dat hij in 2018 tijdens de tussentijdse verkiezingen toestemming heeft gegeven voor een cyberaanval op een groep Russische trollen, het Internet Research Agency (IRA). Het is voor het eerst dat de president de aanval bevestigt.

IRA is een bedrijf dat zich bezighoudt met het online verspreiden van boodschappen in het voordeel van Russische zakelijke en politieke belangen. In 2016 zette IRA ook al trollen in als onderdeel van de Russische strategie om de presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Ook werden er toen e-mails en documenten van het Democratisch Nationaal Comité buitgemaakt door Russische hackers.

In het interview aan The Washington Post vertelt Trump dat de Amerikaanse cyberaanval begon op de dag van de tussentijdse verkiezingen in 2018. Dankzij deze aanval zou het gelukt zijn om Russische beïnvloeding tegen te houden. Zij zouden opnieuw onzekerheid proberen te zaaien over de uitkomsten.

Ook suggereerde Trump tijdens het interview dat voormalig president Barack Obama in 2016 op de hoogte was en er weinig aan deed om Russische inmenging en hackers buiten de deur te houden. Obama heeft Rusland toen echter wel op het matje geroepen en legde datzelfde jaar sancties tegen Rusland op wegens hacken tijdens de verkiezingen.