De Duitse chipmaker Infineon moet niet een boete van bijna 82,8 miljoen euro, maar van bijna 76,8 miljoen euro betalen. Het Gerecht van de Europese Unie heeft bepaald dat het bedrijf 6 miljoen minder hoeft te betalen omdat Brussel bij het opleggen van de boete onvoldoende bewijs voor de vermeende overtreding leverde.

Infineon kreeg de boete van de Europese Commissie in 2014. Ook Philips en Samsung kregen een miljoenenboete opgelegd. De bedrijven hadden onderling afspraken gemaakt over prijzen voor chips die gebruikt worden in bijvoorbeeld smartphones en bankpassen.

In de zaak over de 6 miljoen euro heeft het Gerecht onderzoek gedaan naar zes contacten waarvan Infineon beschuldigd werd. Van vijf daarvan acht het Europese gerechtshof het bewezen dat het Duitse bedrijf die heeft gehad en dat die marktverstorend hebben gewerkt.

Omdat het zesde contact, dat in 2004 plaats zou hebben gevonden met de Japanse chipmaker Renesas, niet is bewezen, valt de boete nu lager uit. Renesas kreeg in 2014 een korting van 100 procent op de boete, omdat het bedrijf de kartelvorming aan het licht bracht.

Philips en Samsung werden destijds veroordeeld tot een boete van respectievelijk ruim 20 miljoen en 35 miljoen euro.