Stichting Stop5GNL is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van een voorzieningenrechter, die eind mei oordeelde dat de Staat mag doorgaan met de uitrol van het 5G-netwerk. Stop5GNL wil daar een stokje voor steken, omdat volgens de stichting te weinig onderzoek naar de gezondheidsrisico's is gedaan.

De stichting schrijft dat de voorzieningenrechter de eisen van Stop5GNL "onterecht" heeft afgewezen en dat er "een onjuist toetsingskader" is toegepast. Volgens Stop5GNL oordeelde de rechter ten onrechte dat de uitrol van 5G niet tot onredelijke risico's leidt.

Stop5GNL is van mening dat die risico's er wel zijn, zelfs als de overheid zich aan de richtlijnen houdt. "Er is een grote wetenschappelijke onzekerheid, wat onmiskenbaar vraagt om toepassing van het voorzorgsbeginsel, waar de rechter in de uitspraak duidelijk een verkeerde uitleg aan geeft."

De rechter oordeelde op 25 mei dat er "geen aanleiding" is om de uitrol van 5G te verbieden. De Staat houdt zich volgens de uitspraak aan de regels en richtlijnen die zijn opgesteld door ICNIRP, een instituut dat gespecialiseerd is in gezondheids- en milieueffecten van niet-ioniserende straling. Daaronder valt ook 5G-technologie.

Stop5GNL: 'ICNIRP is niet te vertrouwen'

Als de aangewezen limieten niet worden overschreden, leidt het 5G-netwerk niet tot gezondheidsrisico's, blijkt uit onderzoek van ICNIRP. Autoriteiten als het Agentschap Telecom hebben aangetoond dat de blootstelling ruim onder die limieten blijft.

Stop5GNL vindt echter dat ICNIRP "niet te vertrouwen" en niet onafhankelijk is, omdat de partij "nauwe en bewezen banden met de telecomindustrie" heeft. Verder noemt de stichting het opmerkelijk "dat onderzoeken van de onafhankelijke wetenschappers en kritieken van instituten - genoemd in de dagvaarding en pleitnota - buiten beschouwing worden gelaten door de rechter".

Het is nog niet bekend wanneer het hoger beroep dient.