Europese wetenschappers zijn ontevreden over de data die Facebook aanlevert om te onderzoeken hoe nepnieuws zich op het sociale medium verspreidt, zeggen zij in gesprek met de NOS.

Facebook-directeur Mark Zuckerberg beloofde in 2018 dat onderzoekers toegang zouden krijgen tot gegevens om desinformatie op het sociale medium te onderzoeken. De eerste resultaten zouden aan het einde van dat jaar verwacht worden.

Zuckerberg deed die belofte toen hij zich in Washington moest verantwoorden nadat Facebook verwikkeld raakte in het Cambridge Analytica-schandaal. Dat bedrijf bleek op dubieuze wijze persoonlijke informatie van Facebook-gebruikers verzameld te hebben om hen politieke advertenties voor te schotelen.

Daarnaast ligt Facebook onder vuur nadat bleek dat Rusland het sociale medium heeft gebruikt om nepnieuws te verspreiden. Op die manier wilde het Kremlin maatschappelijke onrust vergroten om zo de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden.

Een onderzoeker van de Universiteit van Amsterdam zegt tegen de NOS dat zij een maand geleden toegang kreeg tot data, maar daar niet mee kan wat zij zou willen. De gegevens zijn aangevuld met nepgegegevens om de privacy van echte gebruikers te beschermen, wat onderzoek bemoeilijkt. Ook het soort data dat Facebook aanlevert is beperkt.

In augustus en september schreven BuzzFeed News en The New York Times ook al over de onvrede bij wetenschappers. Anderhalf jaar na de belofte zou Facebook nog steeds worstelen met de balans tussen nuttige data en de privacy van gebruikers. Zij vreesden daardoor dat hun onderzoek vooralsnog weinig zou kunnen bijdragen aan de strijd tegen nepnieuws rond de presidentsverkiezingen van 2020.