Duitsland ontwikkelt geen corona-app meer die locatiegegevens bewaart op een centrale server, waarover autoriteiten de controle hebben. Het land sluit zich nu aan bij technologie die door Apple en Google wordt gemaakt. Met deze oplossing wordt informatie op telefoons van gebruikers bewaard.

Dat hebben het Duitse hoofd van de kanselarij Helge Braun en minister van Volksgezondheid Jens Spahn zondag gezegd.

In Europa wordt gewerkt aan verschillende apps op basis van bluetoothtechnologie, die met locatiegegevens van gebruikers in kaart brengen hoe het coronavirus zich verspreidt. Met een app kunnen mensen worden gewaarschuwd als ze in de buurt zijn geweest van een besmet persoon.

Meerdere landen ontwikkelen dit soort apps, maar er is wel discussie over de manier waarop gegevens worden opgeslagen. Een van de manieren is om data gecentraliseerd op te slaan, waarbij de autoriteiten van het land controle houden over verzamelde data.

Andere landen kiezen voor een app met gedecentraliseerde opslag, waarbij gegevens op de telefoon van gebruikers blijft staan. In dat geval kunnen mensen zelf kiezen om informatie wel of niet te delen.

'Belangrijkste is verspreiding van het virus herkennen'

Duitsland wilde inzetten op het zogeheten PEPP-PT-model, waarbij gegevens centraal worden bewaard. Maar hiervoor moest Apple zijn beveiliging in het mobiele besturingssysteem iOS aanpassen, zodat bluetooth ook werkt als de app niet zou zijn geopend.

Apple heeft duidelijk gemaakt zijn technologie niet te willen wijzigen en daarom zou de app op iPhones niet werken. Een bron van Reuters zegt dat Duitsland daarom moest overstappen naar een alternatief.

Braun en Spahn geven aan dat de nieuwe app vrijwillig gebruikt kan gaan worden. "De app moet aan alle privacystandaarden voldoen en een hoog niveau van IT-beveiliging garanderen", zeggen ze. "Het belangrijkste doel is om de verspreiding van het virus te herkennen en te stoppen."

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.